Uitspraak
1.de vennootschap onder firma [appellante1]
2. [appellant5]
3. de maatschap [appellante6]
[appellanten] c.s.
de Provincie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten, betrokken als landeigenaren bij een ruilverkaveling, verzochten een voorlopig getuigenverhoor om mogelijke oneerlijke praktijken van leden van de uitvoerings- en verkavelingscommissie aan het licht te brengen. De rechtbank wees het verzoek tot het horen van twee aanvullende getuigen af. Appellanten stelden hoger beroep in tegen deze afwijzing.
Het hof oordeelde dat het oude bewijsrecht van toepassing is op het hoger beroep en verklaarde appellanten ontvankelijk. Vervolgens beoordeelde het hof de belangenafweging omtrent de goede procesorde. Het verzoek tot het horen van de eerste aanvullende getuige werd afgewezen wegens onvoldoende belang en het ontbreken van een bijdrage aan de waarheidsvinding.
Het verzoek tot het horen van de tweede aanvullende getuige, een adviseur van de commissies, werd toegewezen omdat diens verklaring mogelijk bijdraagt aan het bewijs dat appellanten wensen te verkrijgen. Het hof vernietigde de beschikking van de rechter-commissaris en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. De Provincie werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot het horen van één aanvullende getuige toe, wijst het andere af en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.