Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure
- het eindvonnis van de kantonrechter in Almelo van 19 maart 2024, met de daarin genoemde processtukken
- de dagvaarding in hoger beroep van 12 juni 2024
- de memorie van grieven, met wijziging van de vorderingen
- de memorie van antwoord
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling op 22 juli 2025 en de op die zitting door de huurders ingediende akte.
2.Kern van de zaak en de beslissing
3.Het oordeel van het hof
de vaststaande feiten
- zou vaststellen (voor recht verklaren) dat Engbertsdijksvenen onrechtmatig en/of in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door de huurders te laat te informeren over haar toekomstplannen
en
1. vaststelt dat Engbertsdijksvenen in strijd met de consumentenrichtlijnen 93/13/EG en 2005/29/EG heeft gehandeld door standplaatsovereenkomsten met de huurders te sluiten, zonder te bepalen dat Engbertsdijksvenen de overeenkomsten slechts onder bepaalde zwaarwichtige omstandigheden kan opzeggen en zonder te bepalen dat zij bij die opzegging compensatie moet aanbieden
2. vaststelt dat Engbertsdijksvenen zich van oneerlijke handelspraktijken heeft bediend en (daarmee) onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met eerdere uitlatingen maatregelen te treffen die er uitsluitend op gericht waren om de huurders zo snel mogelijk van het terrein te krijgen zonder daarbij oog te hebben voor hun belangen, door hen niet tijdig te informeren over de plannen en door hen geen reële schadevergoeding aan te bieden
3. vaststelt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid meebrengen dat Engbertsdijksvenen voor huuropzegging een zwaarwichtige reden nodig had, de huurders schadevergoeding had moeten aanbieden en dat Engbertsdijksvenen de standplaatsovereenkomsten niet rechtsgeldig heeft opgezegd
4. de (nieuwe) standplaatsovereenkomsten vernietigt wegens strijd met de Europese consumentenrichtlijnen en wegens oneerlijke handelspraktijken
5. Engbertsdijksvenen veroordeelt om schadevergoeding aan de huurders te betalen ter hoogte van de waarde in het economisch verkeer van hun caravans en/of andere kampeermiddelen, waarbij het hof die waarde door een makelaar/taxateur laat vaststellen op basis van nader door de huurders aan te leveren informatie, althans Engbertsdijksvenen veroordeelt om een schadevergoeding te betalen waarvan de hoogte in een afzonderlijke procedure zal worden vastgesteld (de schadestaatprocedure)
6. Engbertsdijksvenen veroordeelt in de kosten van de beide instanties en de nakosten.
.Er is daarom niet gebleken dat Engbertsdijksvenen bij de beëindiging van de overeenkomsten gebruik heeft gemaakt van oneerlijke contractsbepalingen. Hieronder volgt een nadere uitleg van dit oordeel.
4.De beslissing
9 december 2025om de huurders (de appellanten) in staat te stellen een akte te nemen zoals hierboven in alinea 3.16 bedoeld,