Uitspraak
- niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van feit 11;
- bewezenverklaring van de feiten 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 12 primair, 13, 14, 15 en 16;
- oplegging van een gevangenisstraf van tien jaren, met aftrek van het ondergane voorarrest;
- oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling (tbs) met verpleging van overheidswege (tbs met dwangverpleging) van ongemaximeerde duur;
- oplegging van een contactverbod voor vijf jaren met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] . en [slachtoffer 13] , in de vorm van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid;
- het volgen van de beslissingen van de rechtbank op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, door deze deels toe te wijzen, verhoogd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; en
- onttrekking aan het verkeer van de vier inbeslaggenomen gegevensdragers (harde schijven).
- niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van verdachte ten aanzien van feit 11;
- vrijspraak van feit 12 primair;
- bewezenverklaring van de feiten 1, 2 primair, 3, 4, 5, 6 primair, 7, 8, 9, 10, 12 subsidiair, 13, 14, 15 en 16;
- oplegging van een gevangenisstraf van negen jaren, met aftrek van het ondergane voorarrest;
- oplegging van tbs met dwangverpleging van ongemaximeerde duur
- oplegging van een contactverbod voor vijf jaren met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] . en [slachtoffer 13] , in de vorm van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid;
- gedeeltelijke toewijzingen van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, verhoogd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; en
- onttrekking aan het verkeer van de vier inbeslaggenomen gegevensdragers (harde schijven).
1.Standpunten
2.Oordeel van het hof
de auditu-verklaring) – is onvoldoende steunbewijs voor de verklaring van een aangever / getuige. Als deze verklaring ook een zelfstandige, eigen waarneming bevat over de emotionele of fysieke toestand van een aangever / getuige op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan deze verklaring weer wel voldoende steunbewijs zijn.
bijlage aan dit arrestgehecht. Wanneer hierna wordt gesproken over de bewijsmiddelen, worden deze bewijsmiddelen in de bijlage bedoeld.
disclosure’).
modus operandi) niet als schakelbewijs, maar constateert wel dat er overeenkomsten zijn tussen de verschillende verklaringen van minderjarige jongens in de manier waarop het misbruik plaatsvond. Dit sterkt het verhaal van de minderjarige jongens en vergroot de betrouwbaarheid van hun verklaringen. Anders dan de verdediging meent, is niet gebleken dat verdachte enkel ontucht pleegde met jongens met wie hij een band had opgebouwd en dus niet bij jongens zoals [slachtoffer 1] die hij net ontmoet had. Uit de bewijsmiddelen bij de andere feiten die hierna in dit arrest zullen worden besproken, volgt namelijk het tegendeel: verdachte pleegde bij sommige jongens al vrij snel na de ontmoeting ontuchtige handelingen. In die zin ziet het hof bij feit 1 geen afwijking van de algemene
modus operandivan verdachte, die ervoor moet zorgen dat er vraagtekens gezet moeten worden bij de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 1] .
disclosure). Hij durfde het zijn moeder niet eerder te vertellen omdat hij zich schaamde. Bij het verhoor bij de politie is [slachtoffer 5] ook emotioneel wanneer hij over het misbruik vertelt. [slachtoffer 5] verklaart bij de politie gedetailleerd en consistent over het misbruik. Het hof vindt de verklaring van [slachtoffer 5] betrouwbaar en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van zijn verklaring.
disclosure).
disclosure).
disclosure). Bij de politie verklaart [slachtoffer 12] ook gedetailleerd en concreet over het misbruik. Het hof vindt de verklaring van [slachtoffer 12] betrouwbaar en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van zijn verklaring.
aan zorg of waakzaamheid toevertrouwd) is gebaseerd op de wettelijke strafverzwaringsgrond als bedoeld in art. 248, tweede lid, Sv. Het zou daarbij gaan om de feiten 3, 4, 5, 7 (per 1 oktober 2010), 8 (per 1 januari 2010), 9, 10, 13 en 16. In die gevallen zou een kwalificatie moet volgen op basis van art. 244/245/247 Sr in samenhang met art. 248 Sr Pro, in plaats van art. 249 Sr Pro.
- sprake is van een tbs-waardig delict: de bewezenverklaarde feiten zijn alle misdrijven waarop (minimaal) vier jaar gevangenisstraf is gesteld;
- is vastgesteld dat bij verdachte ten tijde van het delict sprake was van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, te weten een pedofiele stoornis en persoonlijkheidsproblematiek (narcistische persoonlijkheidskenmerken en antisociale trekken);
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel vereist (gevaarscriterium); en
- het hof beschikt over adviezen van gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, waaronder een psychiater, die verdachte hebben onderzocht.
- harde schijf met goednummer 21-4653-009 (AANZ4614NL);
- harde schijf met goednummer 21-4653-014 (AANZ4620NL);
- harde schijf met goednummer 21-4653-016 (AANZ4623NL); en
- harde schijf met goednummer 21-4653-018 (AANZ4625NL).
- traumatherapie: twee keer € 559,10 = € 1.118,20
- reiskosten consulent seksuele ontwikkeling € 919,83
- niet-vergoede medische kosten bij [naam] € 760,00
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheidinhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [slachtoffer 13] .
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 8.000,00 (achtduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 8.000,00 (achtduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 8.798,03 (achtduizend zevenhonderdachtennegentig euro en drie cent) bestaande uit € 2.798,03 (tweeduizend zevenhonderdachtennegentig euro en drie cent) materiële schade en € 6.000,00 (zesduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 8.335,00 (achtduizend driehonderdvijfendertig euro) bestaande uit € 335,00 (driehonderdvijfendertig euro) materiële schade en € 8.000,00 (achtduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 4.044,22 (vierduizend vierenveertig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 44,22 (vierenveertig euro en tweeëntwintig cent) materiële schade en € 4.000,00 (vierduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.000,00 (duizend euro) aan immateriële schadeaf.
€ 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.