Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
mr. M.A. Mouris, advocaat te Amsterdam.
4.Beoordeling van het eerste middel
22 januari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die als gastouder een zes maanden oude baby meerdere malen met kracht heen en weer heeft geschud, waardoor de baby ernstig hersenletsel opliep. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 72 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en een taakstraf van 240 uren. Tevens werd een bijzondere voorwaarde gesteld dat de verdachte gedurende de proeftijd geen werkzaamheden als gastouder mag verrichten.
De verdachte stelde in cassatie onder meer bezwaar tegen deze bijzondere voorwaarde en de verwijzing in de kosten van rechtsbijstand van de benadeelde partij. De Hoge Raad oordeelde dat de bijzondere voorwaarde toelaatbaar is, ook al komt de naleving daarvan neer op het ondergaan van een in de wet voorziene bijkomende straf, omdat oplegging van die straf wettelijk mogelijk is en de wettelijke regeling niet wordt doorkruist. Verder werd bevestigd dat ontzetting van het recht een beroep uit te oefenen kan worden opgelegd zonder dat het misdrijf ten laste is gelegd in de uitoefening van dat beroep.
Ten aanzien van de proceskosten werd geoordeeld dat de kosten van rechtsbijstand van de benadeelde partij mogen worden begroot aan de hand van het liquidatietarief, ook indien de advocaat optreedt op basis van toevoeging. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf en bijzondere voorwaarde dat verdachte geen werkzaamheden als gastouder mag verrichten gedurende proeftijd.