Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:7479

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
200.251.160
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.3 LPRArt. 1.12 LPRArt. 2.1 LPRArt. 2.19 LPRArt. 133 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring Dexia in hoger beroep wegens vervallen recht op memorie van grieven

In deze civiele zaak tussen Dexia Nederland B.V. en geïntimeerde heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 november 2025 uitspraak gedaan. Na eerdere procedures en een comparitie in 2019 werd de zaak in 2025 hervat. Dexia werd verwezen naar de rol voor het indienen van een memorie van grieven, maar heeft deze niet tijdig en op de juiste wijze ingediend, waardoor het recht op memorie van grieven verviel.

Het hof oordeelde dat de memorie van grieven uiterlijk op 23 september 2025 voor 10.00 uur had moeten worden ingediend via de voorgeschreven wijze, hetgeen niet is gebeurd. De late indiening door een ander dan de advocaat en via gewone e-mail was niet conform de procesregels. Hierdoor was Dexia niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.

Omdat Dexia geen gronden voor het hoger beroep heeft aangevoerd en geen memorie van grieven heeft genomen, was de vordering niet met redenen omkleed en kon het hoger beroep niet slagen. Het hof veroordeelde Dexia tot betaling van de proceskosten van geïntimeerde, waaronder griffierecht en advocaatkosten.

De beslissing werd door het hof in het openbaar uitgesproken en het arrest is gewezen door de drie raadsheren. Hiermee is het hoger beroep van Dexia definitief afgewezen wegens procedurele tekortkomingen.

Uitkomst: Dexia wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens vervallen recht op memorie van grieven en veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.251.160
zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Apeldoorn, 3279597
arrest van 25 november 2025
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.(Dexia)
die is gevestigd in Amsterdam
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer
en
[geïntimeerde]( [geïntimeerde] )
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. J.B. Maliepaard

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Naar aanleiding van het arrest van 5 februari 2019 heeft bij het hof op 8 mei 2019 een meervoudige comparitie na aanbrengen plaatsgevonden. Voorafgaand aan die comparitie heeft Dexia een akte na tussenarrest en [geïntimeerde] een akte uitlating geschilpunten genomen. De zaak is na de comparitie geroyeerd en in 2025 hervat.
1.2.
Na hervatting van de zaak is deze naar de rol van 26 augustus 2025 verwezen voor memorie van grieven. Op die datum is de memorie van grieven niet genomen. Vervolgens is een uitstel verleend tot 23 september 2025, ambtshalve peremptoir (overeenkomstig artikel 2.19 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven, hierna: LPR). Ook op die datum heeft Dexia niet tijdig en op de juiste wijze een memorie van grieven ingediend en is het recht op memorie van grieven vervallen. De memorie van grieven die een ander dan de advocaat van Dexia na het verstrijken van de termijn per e-mail heeft ingediend is door het hof geweigerd.

2.De motivering van de beslissing van het hof

2.1.
Het hof stelt voorop dat de memorie van grieven op 23 september 2025 voor 10.00 uur had moeten worden ingediend (zie het inlevertijdstip genoemd in artikel 1.3 LPR), op één van de wijzen genoemd in artikel 2.1 LPR. Dat is niet gebeurd: de memorie van grieven is pas ingezonden na het inlevertijdstip, door een ander dan de advocaat van Dexia en via gewone e-mail in plaats van Veilig mailen met directe nazending per post, nadat was geconstateerd dat het processtuk niet was ingediend. Omdat de proceshandeling niet is verricht binnen de daarvoor gestelde termijn en daarvoor geen uitstel meer kon worden verkregen, is dan ook terecht geconstateerd dat het recht van Dexia is vervallen om deze proceshandeling te verrichten (dit op grond van artikel 1.12 LPR en 133 lid 4 Rv).
2.2.
Nu Dexia in de appeldagvaarding geen gronden voor het hoger beroep heeft aangevoerd en geen memorie van grieven heeft genomen, is de vordering in hoger beroep niet naar de eis van de wet met redenen omkleed. Het hof zal Dexia dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering in hoger beroep.
2.3.
Het hoger beroep slaagt niet. Omdat Dexia in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof Dexia tot betaling van de proceskosten in hoger beroep veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak. [1]

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
verklaart Dexia niet-ontvankelijk in haar vordering in hoger beroep;
3.2.
veroordeelt Dexia tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerde] :
€ 313,- aan griffierecht;
€ 1.214,- aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (1 procespunt x het toepasselijke tarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, H.L. Wattel en D.M.I. de Waele, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.

Voetnoten

1.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.