Verhuurster, een sociale woningstichting, vorderde in kort geding ontruiming van huurders wegens langdurige overlast en huurachterstand. De kantonrechter wees deze vorderingen toe. Huurders gingen in hoger beroep tegen de ontruiming en de hoogte van de huurachterstand.
Het hof stelde vast dat huurders structureel overlast veroorzaakten, waaronder geluidsoverlast door schreeuwen, vloeken, stampen, en onophoudelijk geblaf van een hond, bevestigd door meldingen van buren en politie. Daarnaast was er een aanzienlijke huurachterstand van ruim negen maanden. Huurders betwistten de overlast, maar het hof achtte de meldingen geloofwaardig en onvoldoende perspectief op gedragsverbetering aanwezig.
Het belang van verhuurster om de woning aan een ander te verhuren en het woongenot van omwonenden te beschermen, woog zwaarder dan het woonbelang van huurders, ook gelet op de betrokkenheid van jeugdbescherming en de reeds verleende machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vermeerderde vordering tot betaling van de huurachterstand en ontruimingskosten toe, en veroordeelde huurders hoofdelijk tot betaling van proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.