Uitspraak
[de huurder],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
- de conclusie van eis in hoger beroep;
- de oproeping van de bewindvoerder;
- een betekeningsexploot met akte rectificatie;
- de memorie van antwoord van de bewindvoerder;
- de aanvullende producties 6 tot en met 10 van Volkshuisvesting en de bij productie 10 behorende USB-stick met daarop video’s;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 11 november 2025 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
verwijderbaar was en bekend met prostitutie”. Volkshuisvesting meent met al het voorgaande te hebben aangetoond dat [de huurder] tekortschiet in zijn verplichtingen uit de Algemene huurvoorwaarden en daarmee met zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst.
O.a. die grote zwarte man”, terwijl duidelijk is dat dat niet over [de huurder] kan gaan. Het hof trekt de betrouwbaarheid van deze verklaring daarom in twijfel. Naast alle meldingen, foto’s en video’s deze ene [buurtbewoner] (waarbij de [buurtbewoner] steeds suggestieve uitspraken doet over wat volgens hem op de foto’s en video’s is te zien, terwijl de beelden ook voor andere uitleg vatbaar zijn), heeft Volkshuisvesting geen verklaringen van andere buurtbewoners overgelegd en evenmin processen-verbaal (of anderszins) van de politie overgelegd waaruit objectief zou blijken dat, en waarom, de politie in het bijzonder aandacht heeft voor (de woning van) [de huurder] . Volkshuisvesting heeft in dat kader volstaan met het uitsluitend benoemen van constateringen die de politie volgens haar heeft gedaan, zonder dat het hof de juistheid daarvan kan controleren. Doordat de bewindvoerder de door Volkshuisvesting geschetste omstandigheden uitvoerig heeft betwist, had het op de weg van Volkshuisvesting gelegen om haar stellingen nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door politieverslagen in de procedure te brengen of door buurtonderzoek te doen. Dat heeft zij nagelaten. Het hof kan daarom niet vaststellen dat [de huurder] op de door Volkshuisvesting gestelde wijze tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst.
4.De beslissing
€ 3.584,65in verband met achterstallige huur over de periode april tot en met oktober 2024, verhoogd met wettelijke rente, waarbij geldt: voor de maanden april tot en met augustus 2024 gerekend vanaf 4 september 2024 en voor de maand oktober gerekend vanaf de vervaldatum van die maand;