In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van Bartels namens belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is het ontbreken van een rechtsgeldige machtiging die door belanghebbende zelf is ondertekend. Hoewel meerdere volmachten in het dossier aanwezig waren, ontbrak een geldige ondertekening door belanghebbende.
Het hof heeft Bartels meerdere malen de gelegenheid geboden om binnen gestelde termijnen een juiste machtiging te overleggen, onder meer met een laatste termijn op 23 september 2024 en een aanvullende deadline op 29 januari 2025. Bartels heeft hieraan niet voldaan en de ingediende machtigingen waren steeds ondertekend door anderen dan belanghebbende.
Tijdens de zitting van 19 maart 2025 is het onderzoek gesloten voor zaken waarin de machtiging ontbrak of niet toereikend was. Het hof oordeelt dat zonder geldige machtiging Bartels niet bevoegd was om het hoger beroep in te stellen. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt niet behandeld omdat de bevoegdheid ontbreekt. Het hoger beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard zonder griffierechtvergoeding of proceskostenveroordeling.