ECLI:NL:GHARL:2025:8393

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
21-003770-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zedenzaak tegen vader wegens ontucht met minderjarig kind

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 17 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland. De verdachte, een vader, is beschuldigd van ontucht met zijn minderjarige dochter, [benadeelde 1], geboren op [geboortedatum] 2011. De tenlastelegging omvatte het meermalen plegen van ontucht met zijn dochter en het ertoe bewegen van zijn dochter om getuige te zijn van seksuele handelingen. De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en had een schadevergoeding toegewezen aan de benadeelde partij [benadeelde 1]. In hoger beroep heeft het hof de zaak opnieuw beoordeeld, waarbij het hof tot de conclusie kwam dat er voldoende bewijs was voor de beschuldigingen. Het hof heeft de eerdere veroordeling bevestigd, maar de voorwaardelijke straf opgeheven. De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden zonder voorwaardelijk deel. Het hof heeft ook de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] tot schadevergoeding van € 7.500,00 toegewezen, met wettelijke rente vanaf 25 december 2022. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003770-24
Uitspraakdatum: 17 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 30 augustus 2024
met parketnummer 05-071483-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor genoemde vonnis van de rechtbank Gelderland.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van 3 december 2025 bij het hof en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat namens verdachte door zijn raadsman,
mr. S.J.F. van Merm, is aangevoerd.
Ook heeft het hof kennisgenomen van wat door mr. A.Y. Bleeker, advocaat te Amersfoort, namens de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 1] naar voren is gebracht.
Het vonnis
De rechtbank heeft verdachte voor – kort gezegd – het meermalen plegen van ontucht met zijn minderjarig kind (feit 1) en zijn minderjarig kind met ontuchtig oogmerk getuige laten zijn van seksuele handelingen (feit 2) veroordeeld en verdachte daarvoor een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] gedeeltelijk toegewezen tot een bedrag van € 7.500,00 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering verklaard. Tot slot heeft de rechtbank de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs en de strafoplegging en een enigszins andere beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] dan de rechtbank Gelderland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op een of meer tijdstippen in omstreeks de periode van 1 januari 2022 tot en met 25 december 2022 te [plaats 1] , althans in Nederland, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, door
- zijn penis in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [benadeelde 1] te brengen en/of
- zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [benadeelde 1] te brengen en/of
- zijn tong tussen en/of over de schaamlippen, althans over de vulva van die [benadeelde 1] te brengen en/of
- de vulva van die [benadeelde 1] te betasten met zijn penis en/of zijn vingers en/of
- zijn penis te laten betasten en/of aftrekken door die [benadeelde 1] en/of
- zijn eigen penis te betasten en/of aftrekken in het bijzijn van die [benadeelde 1] ;
2.
hij op of omstreeks 25 december 2022 te [plaats 1] , althans in Nederland en/of te [plaats 2] , althans in de Bondsrepubliek Duitsland zijn kind, te weten [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen door, terwijl hij aan het videobellen was met die [benadeelde 1] , zijn penis te ontbloten en/of af te trekken, althans te betasten.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsoverweging
Inleiding
Het gaat in deze zaak om de vraag of verdachte ontucht heeft gepleegd met zijn dochter [benadeelde 1] van destijds 10 à 11 jaar en of verdachte haar ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen. [benadeelde 1] moeder, verdachte's ex-echtgenote [benadeelde 2] , heeft aangifte gedaan en [benadeelde 1] is verhoord in een aparte verhoorstudio. Hierna zal [benadeelde 1] ook aangeefster worden genoemd en de moeder zal ook [benadeelde 2] worden genoemd.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten zoals de rechtbank dat heeft gedaan.
Ten aanzien van feit 2 stelt de advocaat-generaal dat ook bewezen kan worden dat verdachte zich, zichtbaar voor [benadeelde 1] , heeft afgetrokken.
Ten aanzien van feit 1 stelt de advocaat-generaal dat de door [benadeelde 1] in het studioverhoor afgelegde verklaring betrouwbaar is. Daarnaast is er voldoende steunbewijs aanwezig. De advocaat-generaal verwijst daarvoor naar de inhoud van het tussen verdachte een [benadeelde 1] gevoerde videogesprek, naar de door verschillende getuigen waargenomen gedragsverandering bij [benadeelde 1] en naar de verklaring van het broertje van [benadeelde 1] . Tot slot heeft de advocaat-generaal gesteld dat de verklaringen van verdachte op verschillende punten in het dossier niet overeenkomen en dat doet af aan de betrouwbaarheid van die verklaringen en aan de geloofwaardigheid van verdachte. Het door verdachte ingebrachte verhaal van 28 november 2025 moet worden beoordeeld als een kennelijk leugenachtige verklaring omdat de politie de bij deze verklaring bijgevoegde WhatsApp berichten niet op de telefoon van verdachte heeft aangetroffen en [benadeelde 1] en haar moeder zeer stellig zijn dat zij deze berichten nooit hebben geschreven.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van beide feiten bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2 is aangevoerd dat uit het proces-verbaal van het uitkijken van het tussen [benadeelde 1] en verdachte gevoerde videogesprek onvoldoende kan worden opgemaakt dat de verbalisant seksuele handelingen heeft waargenomen. Ook de rapporteur van het onafhankelijke onderzoeksbureau PSG-recherche en het Nationaal Forensisch onderzoeksbureau hebben geen seksuele handelingen waargenomen. Daarnaast kan het bestanddeel 'ertoe bewegen' niet worden bewezen omdat het initiatief vanuit de moeder van [benadeelde 1] is gekomen. Tot slot ontbreekt het 'ontuchtig oogmerk'.
Ten aanzien van feit 1 is primair aangevoerd dat de verklaring van [benadeelde 1] onvoldoende betrouwbaar is om tot het bewijs te kunnen worden gebruikt gelet op het gebrek aan detail en de inconsistenties en omdat [benadeelde 1] in vergaande mate is beïnvloed door haar moeder. Subsidiair is aangevoerd dat op basis van het procesdossier en het verhandelde ter zitting niet met de voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan wat hem ten laste is gelegd. Meer subsidiair is aangevoerd dat een partiële vrijspraak dient te volgen voor het onder het zesde gedachtestreepje tenlastegelegde "zijn eigen penis te betasten en/of aftrekken in het bijzijn van die [benadeelde 1] " omdat het enkel begaan van handelingen in het bijzijn van een minderjarige niet als ontucht plegen 'met' kan worden gekwalificeerd.
Oordeel van het hof [1]
Namens verdachte is aangevoerd dat vrijspraak moet volgen. Het hof is van oordeel dat er voldoende bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Het hof kan zich grotendeels vinden in de overwegingen van de rechtbank. Het hof neemt die overwegingen gedeeltelijk over.
Ten aanzien van de feiten 1 en 2:
[benadeelde 1] is geboren op [geboortedatum] 2011 uit de relatie van [benadeelde 2] en verdachte. [2]
Het hof zal eerst feit 2 behandelen alvorens het hof toekomt aan de beoordeling van feit 1.
Ten aanzien van feit 2: het tonen van zijn ontblote geslachtsdeel tijdens een videogesprek
Feitelijke handelingen
Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verdachte verklaard dat hij op 25 december 2022 met zijn dochter [benadeelde 1] van destijds 11 jaar oud gebeld heeft via een videoverbinding. Hij was op dat moment in zijn woning in [plaats 1] en [benadeelde 1] was met haar moeder en andere familieleden in Duitsland. Hij heeft in dit gesprek de camera van boven naar beneden bewogen. Verdachte en zijn dochter noemen elkaar over en weer ‘bro’. [3] Door getuige [getuige] , (achter)nicht van [benadeelde 2] , en [benadeelde 2] is besloten opnames te maken van dit gesprek met de telefoon van [getuige] . [4]
De opnames van dit videogesprek zijn uitgekeken door verbalisant [verbalisant 1] . Zij heeft hierover als volgt genoteerd.
Opname (...) datum 25-12-2022 om 21:43 uur:
" [verdachte] : Ken iemand mij horen of niet?
[benadeelde 1] : Nee, ik zit gewoon alleen op mijn kamer.
[verdachte] : Oh ik (onverstaanbaar) naar jou kijken als je gaat douchen. Ik (onverstaanbaar) naar jou kijken.
(...)
[verdachte] : (onverstaanbaar) kijk.
[benadeelde 1] : Iew, iew.
(...)
[benadeelde 1] : Laat het nog eens een keer zien dan.
Opmerking: De man lacht en beweegt zijn camera naar beneden. Dus van zijn gezicht af richting de grond. Vervolgens brengt hij de camera weer naar boven en zie je zijn gezicht weer in beeld.
[benadeelde 1] : Iew is echt vies man.
(...)
[benadeelde 1] : Wat doe jij?
[verdachte] : Oh, ik heb zin in je....ditte.
Opmerking: De man brengt nadat hij ditte zegt de camera naar beneden, van zijn hoofd weer richting de grond en ziet een hand meerdere malen snelle op en neer gaande bewegingen maken, ter hoogte van zijn bovenbenen en zijn buik.
(...)
[benadeelde 1] : Gadverdamme man." [5]
Opname (...) datum 25-12-2022 om 21:56 uur
(...)
[verdachte] zucht en zegt mmmm
[benadeelde 1] : Wat nou weer.
[verdachte] : (onverstaanbaar), bro. Gewoon ik heb gewoon heel veel zin in je. Snap ie. Ik zit de hele tijd al aan jou te denken.
(...)
[verdachte] : Ja daar is toch niks mis mee. of niet dan.
(...)
[verdachte] : Jij, niet dan.
(…)
Opmerking: [benadeelde 1] pakt de telefoon vast en drukt op het beeldscherm en zegt ja.
[verdachte] : Laat jij ook wat zien dan.
[benadeelde 1] : Neeee.
[verdachte] : Please.
[benadeelde 1] : Neeee, jongen doe eens effe normaal man.
(...)
[verdachte] : mmmmm.
[benadeelde 1] : Ja wacht, wat nou weer?
[verdachte] : Ik ben zo blij als ik jou zie. Dan wordt ik helemaal warm van binnen, sorry. Echt.
(…)
[verdachte] : ik kan alleen maar aan jou denken.
(…)
[verdachte] : nee, jij zou mij bellen tijdens het douchen. Vorige keer zat jij ook in bad.
(...)
[verdachte] : Jij had mij ook kunnen bellen tijdens het douchen, dan had ik naar je kunnen kijken. Mmm.
(...)
[verdachte] : Bro als ik erover nadenk als ik jou zie douchen dan gebeurd er dit.
[benadeelde 1] : Beweegt haar hoofd naar voren en kijkt op het beeldscherm en zegt wat?
Laat eens....
[verdachte] : Ik zeg wat.
[benadeelde 1] : Laat zien dan nog een keer.
Opmerking: De man brengt de camera van boven naar beneden in de richting.
(…)
[benadeelde 1] : uh, echt vies man.
[verdachte] : mmmm.
(...)
[verdachte] : Ik wou dat je hier was dan kon je hem in je mond nemen.
(...)
[verdachte] : kijk hoe hard die is voor jou bro.
(...)
[verdachte] : Ah, ik ken alleen maar aan jou denken bro. Ik heb zo'n zin in je.
(...)
[verdachte] : Ik heb zin in jou, heb je zin in mij?
[benadeelde 1] : Jongen, jij moet gelijk weer over dat denken bro. Ga gewoon... jij kan nooit eens een keer normaal doen of zo he.
(...)
[getuige] : Wat liet hij zien aan jou?
[benadeelde 1] : Zijn ding.
(...)
Opmerking: De camera van de man wordt weer van boven naar beneden bewogen.
(…)
[benadeelde 1] : Laat dan goed zien?
[verdachte] : Ik laat hem toch goed zien jongen.
(…)
Opmerking: [benadeelde 1] heeft vaak haar linker hand voor het beeldscherm. Als ze deze weg haalt zie je een blote penis onder in het beeld van de man met wie ze belt.
(...)
[verdachte] : Jij moet vanavond dan wel aan deze denken, ja.
Opmerking: De man brengt de camera van boven naar beneden ter hoogte van zijn buik/bovenbenen.
(...)
[verdachte] : ga je vanavond hier aan denken?
Opmerking: De camera van de man wordt van boven naar beneden bewogen net als daarvoor.
[benadeelde 1] : Jongen je bent echt vies.” [6]
Uit het voorgaande blijkt dat verdachte tijdens het videogesprek met [benadeelde 1] meerdere keren zijn telefoon richting zijn buik en bovenbenen beweegt. De verbalisant ziet één van deze keren ook zijn ontblote penis in beeld. Op de momenten dat de telefoon naar beneden wordt bewogen door verdachte is te horen dat [benadeelde 1] telkens uitlatingen doet als 'iew vies' en 'gadverdamme man'. Wanneer [benadeelde 1] gevraagd wordt door getuige [getuige] naar wat zij ziet, zegt zij 'zijn ding'. Voorafgaand aan en direct na deze momenten doet verdachte uitlatingen als 'ik wou dat je hier was dan kon je hem in je mond nemen' en 'kijk hoe hard die is voor jou bro' en 'ik laat hem toch goed zien'. Het hof concludeert op grond hiervan dat verdachte tijdens het videogesprek meermaals zijn ontblote penis heeft getoond in combinatie met het doen van seksuele uitlatingen naar [benadeelde 1] . Anders dan de rechtbank stelt het hof op grond van het proces-verbaal van bevindingen ook vast dat verdachte zich zichtbaar heeft afgetrokken tijdens het videogesprek met [benadeelde 1] , nu de verbalisant opmerkt dat zij een hand ziet die meerdere malen snelle op en neer gaande bewegingen maakt, ter hoogte van de bovenbenen en buik van verdachte. Dat het onafhankelijke onderzoeksbureau PSG-recherche en het Nationaal Forensisch onderzoeksbureau geen seksuele handelingen hebben waargenomen maakt dat niet anders nu zij de mondelinge reactie van aangeefster niet bij hun oordeel hebben kunnen betrekken.
Bestanddeel 'ontuchtig oogmerk'
Het hof ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte [benadeelde 1]
met ontuchtig oogmerkheeft bewogen getuige te zijn van zijn seksuele handelingen. Als (niet limitatieve) voorbeelden van ontuchtig oogmerk wordt in de wetsgeschiedenis door de minister genoemd de situatie waarin de dader tracht de seksuele vorming van een kind door de seksuele handelingen op zodanige wijze negatief te beïnvloeden dat een kind in de toekomst eerder geneigd is met het ondergaan van ontucht in te stemmen of wanneer de dader voor zijn eigen seksuele gerief een kind aanwezig laat zijn bij de seksuele handelingen.
Mede op grond van deze toelichting, concludeert het hof dat sprake is van strafbaar handelen als bedoeld in artikel 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte doet immers vlak voor en direct na het tonen van zijn ontblote geslachtsdeel aan [benadeelde 1] uitlatingen naar haar, waarmee hij laat blijken dat hij het opwindend vindt dat zij kijkt naar zijn ontblote penis. Door zo te handelen overtreedt verdachte niet alleen een sociaal ethische norm, maar geeft hij er blijk van dit te doen voor zijn eigen seksueel gerief. Hij heeft immers ook verklaard dat hij voor en tijdens het videogesprek met zijn dochter naar erotiek keek en dat hij zichzelf erotisch aan het stimuleren was. [7] Daarmee is het ontuchtige oogmerk van verdachte in dit kader gegeven.
Bestanddeel 'ertoe bewegen'
Door de raadsman is bepleit dat geen sprake is van het tenlastegelegde
ertoe heeft bewogenomdat het initiatief vanuit de moeder van [benadeelde 1] zou komen doordat zij [benadeelde 1] telkens verdachte liet bellen en [benadeelde 1] verdachte de vragen liet stellen die op de seksuele gedragingen zagen.
Het hof overweegt dat van het bestanddeel 'ertoe bewegen', in de betekenis die daaraan toekomt in artikel 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht, sprake is als het slachtoffer (mede) door een actieve gedraging van de verdachte ertoe is gebracht getuige te zijn van seksuele handelingen.
Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen onder meer vast dat verdachte [benadeelde 1] aan het begin van het videogesprek voor het eerst en onverwachts confronteert met zijn geslachtsdeel. Verdachte deed dat door tegen [benadeelde 1] te zeggen dat zij moest kijken, waarop [benadeelde 1] reageerde met 'iew'. Vervolgens kiest verdachte er zelf voor om [benadeelde 1] getuige te laten zijn van zijn seksuele handelingen door haar via zijn telefoon zijn ontblote geslachtsdeel te laten zien en te laten zien dat hij aan het masturberen was, terwijl [benadeelde 1] meerdere malen duidelijk maakt dat zij de handelingen van verdachte vies vindt. Gelet op deze actieve gedragingen van verdachte is het hof van oordeel dat hij [benadeelde 1] ertoe heeft bewogen getuige te zijn van zijn seksuele handelingen. Dat de moeder van [benadeelde 1] , [benadeelde 1] liet bellen maakt hiervoor geen verschil. Het hof verwerpt daarom het verweer van de raadsman.
Bewezenverklaring feit 2
Het hof overweegt, gelet op al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het met ontuchtig oogmerk tonen en aftrekken van zijn ontblote geslachtsdeel aan zijn minderjarige dochter.
Ten aanzien van feit 1: het plegen van ontucht met zijn minderjarige kind
De moeder van [benadeelde 1] heeft verklaard dat [benadeelde 1] haar eerder op 25 december 2022 vanaf haar eigen telefoon een Whatsapp-bericht stuurde met de tekst "kan ik met je praten over papa". [benadeelde 2] verklaarde dat [benadeelde 1] niet uit zichzelf wilde zeggen wat er was en dat zij ernaar moest raden. Zij vroeg of verdachte haar had uitgescholden, haar had geslagen of aan haar had gezeten. Op de laatste vraag gaf [benadeelde 1] een bevestigend antwoord. [8] Namens [benadeelde 1] heeft moeder vervolgens op 13 januari 2023 aangifte gedaan van seksueel misbruik. [9]
Betrouwbaarheid verklaring [benadeelde 1]
Het hof ziet, net als de raadsman en de rechtbank, ook aanknopingspunten voor de conclusie dat [benadeelde 1] in enige mate gestuurd kan zijn in haar opstelling tegenover verdachte: met name het hiervoor besproken videogesprek van 25 december 2022 werd in zekere zin geregisseerd door moeder en getuige [getuige] , die steeds zeiden dat [benadeelde 1] moest doorgaan, opnieuw moest bellen en haar hand voor de telefoon moest weghalen zodat zij konden meekijken. Het hof acht de aanwijzingen van sturing door haar moeder echter onvoldoende om de verklaring van [benadeelde 1] als onbetrouwbaar te beoordelen. Het hof weegt hierbij de volgende omstandigheden mee.
Het misbruik is op initiatief van [benadeelde 1] aan het licht gekomen. Zij heeft namelijk zelf aan haar moeder gevraagd of zij met haar kon praten over haar vader. In het gesprek dat zij vervolgens met haar moeder heeft gevoerd heeft [benadeelde 1] verteld dat haar vader aan haar had gezeten. Moeder moest raden wat er was en stelde [benadeelde 1] een drietal vragen. Dat moeder op voorhand niet wist waarover dit gesprek zou gaan, blijkt zowel uit de vraagstelling als uit het feit dat zij voorstelde dit gesprek op een openbare plek met het slachtoffer te voeren.
Het hof zal bij haar beoordeling dan ook uitgaan van de verklaring van [benadeelde 1] zoals afgelegd in haar studioverhoor, nu het hof deze verklaring als authentiek en betrouwbaar beoordeelt omdat zij slechts verklaart over wat er is gebeurd en omdat aangeefster het niet erger maakt dan het is. Rechtspsycholoog professor [naam rechtspsycholoog] heeft ook in haar rapport geconcludeerd dat het studioverhoor in deze zaak in het algemeen vakkundig is uitgevoerd, dat de verhoorder probeerde zoveel mogelijk suggestie te vermijden en de aanbevelingen in de handleiding voor kinderverhoor volgde. Bovendien vindt de verklaring van [benadeelde 1] in dit verhoor steun in het videogesprek dat tussen haar en verdachte op 25 december 2022 plaatsvond, meer specifiek in de gedragingen en uitlatingen die in dat videogesprek hebben plaatsgevonden. [10]
In dit videogesprek is verdachte seksueel zeer grensoverschrijdend naar [benadeelde 1] toe geweest en refereerde hij aan eerder seksueel contact. Zowel zijn seksuele opmerkingen en vragen aan haar, als zijn seksuele gedragingen tijdens dat gesprek passen naar het oordeel van het hof in het beeld van langer durend misbruik door verdachte van aangeefster en maakt daarmee de verklaring van [benadeelde 1] betrouwbaar.
Door verdachte zijn in hoger beroep meerdere screenshots van whatsapp-berichten overgelegd. Het hof oordeelt dat deze berichten niet eerder bij de politie of op de zitting in eerste aanleg aan de orde zijn gesteld door verdachte. Daarnaast heeft de politie de telefoon van verdachte bekeken en daarop zijn deze berichten niet aangetroffen. Het waarheidsgehalte van deze screenschots heeft het hof hierom niet kunnen achterhalen. Gelet hierop hecht het hof geen waarde aan deze screenshots en is het hof met de advocaat-generaal van oordeel dat deze de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster niet aantasten.
Studioverhoor [benadeelde 1]
Op 2 februari 2023 is [benadeelde 1] verhoord in de kindvriendelijke studio. In dit verhoor
heeft zij als volgt verklaard.
"V: vraag verbalisant
A: antwoord getuige
(…)
V: zal ik maar weer omdraaien dat jij het misschien op wilt schrijven. (...) en dan kan ik het weer benoemen.
(…)
A: klaar.
V: (...) dus jij zegt een piepie (…) en wiens piepie?
A: m'n vader,
(...)
V: (…) Oké schrijf het maar op, dan draai ik me weer om.
(...)
A: Ik ben klaar.
V: (…) Oh ja, de vagina. (...) Wat kan je met je vagina?
A: plassen,
(...)
V: Dus papa deed zijn piepie, vieze dingen, bij jouw vagina.
(...)
V: (…) Hoe vaak is dat gebeurd, dat papa, of is dat één keer of meer keer gebeurd dat papa met z'n piepie bij jouw vagina ging?
A: meer,
V: (…) en waar gebeurde dat (…)
A: ook in de kamer,
V: (…) En waar waren jouw kleren toen?
A: ook in de kamer,
V: (…) En waren die uit, of waren die aan, of waren die een beetje aan, of was het anders?
A: beetje aan,
V: (...) en wat was er dan uit?
A: m'n broek,
(...)
V: (…) Maar wat bedoel je dan met, hij ging met zijn piepie bij mijn vagina.
A: (...) maar hij deed het wel, maar ik weet niet
(...)
V: (…) en waar was papa dan?
A: (…) ergens op het bed.
V: (...) Maar hoe weet jij dan, dat papa met z'n piepie bij jouw vagina ging.
A: omdat ik dat weet
(...)
A: ik zag het.
(...)
A: wat daar staat.
V: wat daar staat. Hij ging met zijn piepie naar jouw vagina zeg je.
(...)
V: (…) En toen jij op je rug lag, en papa ging met zijn piepie bij jouw vagina.
(...)
V: Had ie kleren aan, was tie bloot of had ie iets om te slapen aan. (...)
A: slaapkleren
(...)
A: badjas.
V: (...) en wat heeft ie dan onder die badjas?
A: niks.
V: (...) Oké dus hij had een badjas aan en onder die badjas had ie niks aan. Was tie helemaal bloot (...) en hoe was dat met het piepie van papa en met jouw vagina?
(…)
A: raken.
V: dat raakte elkaar, ja oké mm. En als we dan dit bekertje hebben he, en dan is, als we het bekertje hebben, dan is dit erin, dit is ernaast en dit is erop. En misschien is er nog iets anders mogelijk wat jij zou kunnen zeggen. Maar ging dat piepie van papa dan in de vagina, op de vagina, naast de vagina, of nog weer anders
(...)
A: hij ging proberen.
(...)
A: om dat te doen.
V: om dat te doen en welke van die dingen? Ging die proberen om erin, ging die proberen om erop, of ernaast?
A: in.
(...)
V: wat zei jij dan?
(...)
A: niet wil, dat zei ik." [11]
Tussenconclusie hof
Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat verdachte zijn penis tussen de schaamlippen van aangeefster heeft gebracht en dat hij haar vulva heeft betast.
Periode
[broer benadeelde 1] , de broer van het slachtoffer, heeft als volgt verklaard.
"A: Omdat mijn zusje verkracht is, daarom zitten we nu hier.
(...)
A: We hebben het gehoord op Eerste Kerstdag, dat was in 2022.
(...)
A: Mijn zusje zei dat het al een jaar lang aan de gang was.
(...)
V: door wie zou jouw zusje misbruikt zijn?
A: [verdachte] .
(...)
A: Ze sliepen naast elkaar. En ze gingen samen douchen.
(…)
A: Ja, we hadden een eigen slaapkamer maar nog sliep ze bij hem.
(…)
V: waar sliep iedereen?
A: ik in mijn eigen kamer en mijn zusje bij mijn vader op de kamer.
(…)
V: (…) Wanneer ging [benadeelde 1] bij jouw vader in bed slapen?
A: ik denk begin 2022.
(...)
A: (…) Ook met elkaar douchen was zij 10/11 denk ik.(…)
V: Hoe vaak was dat?
A: bijna elke dag." [12]
Gelet op het videofragment (feit 2) waarin verdachte [benadeelde 1] vraagt om hem te bellen als zij gaat douchen en waarin hij spreekt over vorige keer dat zij in bad zat en de verklaring van [benadeelde 1] in het studioverhoor waarin zij aangeeft dat het misbruik plaatsvond in de slaapkamer, in combinatie met de verklaring van [broer benadeelde 1] waarin hij duidelijk verklaard heeft dat verdachte en het slachtoffer sinds begin 2022 bij elkaar sliepen en samen gingen douchen, concludeert het hof dat het misbruik van verdachte met het slachtoffer verspreid over de gehele tenlastegelegde periode plaats heeft gevonden.
Conclusie
Het hof overweegt, gelet op al het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontucht met zijn minderjarige dochter [benadeelde 1] in de periode van 1 januari 2022 tot en met 25 december 2022.
Vrijspraken
De onder de tweede, derde en vierde tenlastegelegde gedachtestreepjes seksuele handelingen acht het hof bij gebreke van voldoende overtuigend bewijs niet bewezen.
Het hof is daarnaast met de verdediging van oordeel dat het onder het zesde gedachtestreepje tenlastegelegde "zijn eigen penis te betasten en/of aftrekken in het bijzijn van die [benadeelde 1] " niet kan worden gekwalificeerd als ontucht plegen 'met'. Het hof zal verdachte ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.
Bewezenverklaring
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten:
1.
hij op
een of meertijdstippen in
omstreeksde periode van 1 januari 2022 tot en met 25 december 2022 te [plaats 1] ,
althans in Nederland,ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, te weten [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, door
- zijn penis
in de vagina, althanstussen de schaamlippen van die [benadeelde 1] te brengen en
/of
- zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen van die [benadeelde 1] te brengen en/of
- zijn tong tussen en/of over de schaamlippen, althans over de vulva van die [benadeelde 1] te brengen en/of
- de vulva van die [benadeelde 1] te betasten met zijn penis
en/of zijn vingers en/of
- zijn penis te laten betasten en/of aftrekken door die [benadeelde 1] en/of
- zijn eigen penis te betasten en/of aftrekken in het bijzijn van die [benadeelde 1];
2.
hij op
of omstreeks25 december 2022 te [plaats 1]
, althans in Nederlanden
/of te [plaats 2] , althansin de Bondsrepubliek Duitsland zijn kind, te weten [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, van wie hij wist
of redelijkerwijs moest vermoedendat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen door, terwijl hij aan het videobellen was met die [benadeelde 1] , zijn penis te ontbloten en
/ofaf te trekken
, althans te betasten.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
een persoon, van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd in de voorlichtingsrapportage van Forensisch Maatwerk van 1 december 2025.
Standpunt van de verdediging
Door de raadsman is subsidiair een strafmaatverweer gevoerd en bepleit dat er in strafmatigende zin rekening gehouden moet worden met het feit dat verdachte al publiekelijk aan de schandpaal is genageld. Verder moet rekening worden gehouden met de rapportage van Forensisch Maatwerk, waarin blijkt van diverse medische klachten. Verdachte is bereid zich te houden aan de bijzondere voorwaarden die in dit rapport zijn geformuleerd. Tot slot is bepleit om aansluiting te zoeken bij straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, zoals een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk.
Oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft gedurende bijna één jaar lang ontuchtige handelingen gepleegd met zijn destijds 10/11-jarige dochter [benadeelde 1] en hij heeft haar bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen voor zijn eigen seksuele gerief. Het hof rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich heeft vergrepen aan zijn eigen dochter in zijn woning, een plek waar ook zij zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. Verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op haar lichamelijke integriteit. Dit soort feiten kunnen grote schade toebrengen aan de (seksuele) ontwikkeling van kinderen en erg traumatiserend voor hen zijn. Verdachte had als vader vertrouwen, warmte en bescherming moeten bieden aan zijn dochter, maar hij heeft in plaats daarvan zijn eigen belangen en bevrediging van zijn seksuele behoeften voor laten gaan. Verdachte is door zijn handelen in zijn rol en taak als vader ernstig tekort geschoten en hij heeft zijn machtspositie als vader misbruikt door zich te vergrijpen aan zijn eigen dochter.
Door de volhardende ontkenning van verdachte heeft hij geen openheid van zaken gegeven. Sterker nog, hij legt alle schuld buiten zichzelf door vast te houden aan zijn waarheid dat de verklaring zoals afgelegd door zijn dochter en zoon een groot vooropgezet spel is van zijn ex-partner, en moeder van het slachtoffer, om hem te grazen te nemen. Verdachte neemt met zijn proceshouding dan ook nauwelijks tot geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen.
Daartegenover staat dat de opname van het videogesprek tussen verdachte en zijn dochter door zijn ex-partner is gedeeld in meerdere groepsgesprekken op Whatsapp en door haar openbaar is gemaakt door het op Facebook te plaatsen. Verdachte is door dit handelen al publiekelijk aan de schandpaal genageld. Het hof weegt dit in strafverminderende zin mee bij de bepaling van de strafmaat.
Alles overwegende acht het hof een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, passend. Anders dan de rechtbank zal het hof geen voorwaardelijk strafdeel opleggen. Op grond van het rapport Forensisch Maatwerk acht het hof het op dit moment moeilijk vast te stellen welke voorwaarden na de hechtenis van verdachte dienen te worden opgelegd, te meer omdat Forensisch Maatwerk in strikte zin geen reclasseringsinstantie is en er geen actueel reclasseringsrapport ligt. Het hof overweegt daarom dat op het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma of in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidsstelling er dan gekeken kan worden welke voorwaarden er dan passend worden geacht.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Vordering gevangenneming
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting de gevangenneming van verdachte gevorderd. Het hof wijst die vordering af nu het hof, anders dan de advocaat-generaal, geen vluchtgevaar aanwezig acht en het hof ook geen andere grond ziet op basis waarvan die vordering zou moeten worden toegewezen.
Vorderingen van de benadeelde partijen
De volgende benadeelde partijen hebben in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend.
  • [benadeelde 2] vordert een bedrag van € 3.000,00 aan smartengeld;
  • [benadeelde 1] vordert een bedrag van € 15.000,00 aan smartengeld,
allebei vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast heeft [benadeelde 1] verzocht om ten aanzien van de immateriële schade te bepalen dat deze dient te worden overgemaakt op een rekening met BEM-clausule, zodat is gegarandeerd dat deze schadevergoeding voor het slachtoffer beschikbaar zal zijn.
Standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
Primair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraken.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 2] is subsidiair aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat niet kan worden gesproken van rechtstreekse schade in de zin van artikel 361 van het Wetboek van Strafvordering. Er kan niet worden gesproken van shockschade. Evenmin kan worden gesproken van aantasting in de persoon op andere wijze.
Ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] is subsidiair verzocht de vordering te matigen. De verdediging sluit zich voor wat betreft de hoogte aan bij de hoogte die de rechtbank heeft vastgesteld, namelijk € 7.500,00.

Oordeel van het hof

Vordering van benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.000,00 ingediend. De benadeelde partij is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Door de benadeelde partij [benadeelde 2] is een bedrag ter hoogte van € 3.000,00 aan shockschade gevorderd. Dit betreft schade die geleden kan worden door het waarnemen van een strafbaar feit of de gevolgen daarvan. Wat betreft de criteria voor de toekenning van immateriële schade in de vorm van shockschade sluit het hof aan bij de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad.
Het hof overweegt dat vergoeding van immateriële schade (in de vorm van shockschade) kan plaatsvinden als door het waarnemen van het strafbare feit of door de directe confrontatie met de ernstige gevolgen ervan, een hevige emotionele schok bij de benadeelde partij is teweeggebracht. Deze heftige schok moet een in de psychiatrie erkend ziektebeeld tot gevolg hebben. Dat zal zich met name kunnen voordoen als de benadeelde partij en het slachtoffer een nauwe affectieve relatie hebben of hadden.
Maatstaf voor de beoordeling van de voorliggende vordering is neergelegd in HR 28 juni 2022 (ECLI:NL:HR:2022:958). Het gaat om shockschade bij een 'secundair slachtoffer', veroorzaakt door het onrechtmatig handelen tegen het 'primaire slachtoffer'. Gezichtspunten die daarbij een rol spelen zijn: (a) de aard, toedracht en gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, (b) de wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan en (c) de aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire en secundaire slachtoffer. Het recht op vergoeding van shockschade is beperkt tot de schade die volgt uit geestelijk letsel.
Het hof stelt vast dat tussen [benadeelde 2] en aangeefster een nauwe en affectieve relatie bestaat, ze zijn immers moeder en dochter en [benadeelde 2] zorgde in de periode van het bewezenverklaarde feit ook voor aangeefster.
Het hof kan echter niet vaststellen dat bij benadeelde door het bewezenverklaarde handelen een hevige emotionele schok teweeg is gebracht, nu er geen sprake is van een onverhoedse confrontatie met de seksuele handelingen tussen verdachte en het slachtoffer. Zij werd en wordt natuurlijk wel geconfronteerd met de gevolgen die het misbruik voor haar dochter heeft, maar dat is een te indirect verband voor toewijzing van shockschade. Ieder familielid of vriend van iemand die slachtoffer wordt van een strafbaar feit is op enigerlei wijze getuige van de gevolgen daarvan voor het slachtoffer. Dat betekent nog niet dat de dader ook jegens dat familielid (in deze zaak: de moeder) of vriend onrechtmatig heeft gehandeld en dat is wel de grondslag voor toekenning van shockschade.
De vordering is in sterke mate gebaseerd op het getuige zijn van het videogesprek tussen verdachte en [benadeelde 1] . Maar benadeelde heeft [benadeelde 1] zelf verzocht of zelfs opgedragen verdachte te bellen om ervoor te zorgen dat er voldoende bewijsmateriaal zou zijn voor hetgeen [benadeelde 1] tegen haar over het misbruik heeft verteld. Kennelijk had benadeelde dus ook ergens de verwachting dat verdachte bepaalde gedragingen zou laten zien in dat gesprek. Het hof oordeelt verder dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een causaal verband tussen de vastgestelde PTSS en de bewezen feiten.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van de strafprocedure oplevert. Daarom is de benadeelde partij
niet-ontvankelijk in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Vordering van benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 15.000,00 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag voor een deel toegewezen tot een bedrag van € 7.500,00. De benadeelde partij heeft in hoger beroep aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof moet daarom een beslissing nemen over de bij de rechtbank gevorderde schadevergoeding.
Naar het oordeel van het hof heeft verdachte met het bewezenverklaarde handelen een ernstige inbreuk gemaakt op eerbiediging van de lichamelijke en geestelijke integriteit van [benadeelde 1] . De aard en de ernst van de normschending en de relevante nadelige gevolgen voor haar liggen zo voor de hand dat een aantasting in de persoon 'op andere wijze', zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek kan worden aangenomen. Het gaat om een langere periode waarin ontucht heeft plaatsgevonden bij een jong kind dat door haar eigen vader is misbruikt. Mogelijk zal zij (ook) op latere leeftijd schadelijke gevolgen ondervinden van het handelen van verdachte. Het hof is dan ook van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat benadeelde de gestelde immateriële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde.
Naar maatstaven van billijkheid, rekening houdend met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters toewijzen in vergelijkbare zaken, zal het hof de hoogte van het bedrag vaststellen op € 7.500,00. De gevorderde wettelijke rente over de toegekende immateriële schade zal worden toegewezen, met als ingangsdatum 25 december 2022. Daarnaast zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen ter voldoening van het toegewezen bedrag. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.
Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Daarom kan de benadeelde partij in dat deel van de vordering nu niet worden ontvangen. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering indienen bij de burgerlijke rechter.
Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
Op verzoek van de benadeelde partij zal het hof bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een zogenoemde BEM (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen)-clausule. Een dergelijke BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen aldus slechts met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken totdat zij achttien jaar is.
Wetsartikelen
De straf en maatregel zijn gebaseerd op de artikelen 36f, 57, 63, 248d (oud) en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding van
€ 7.500,- zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] , geboren op [geboortedatum] 2011, te openen rekening met een BEM-clausule.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 7.500,00 (zevenduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 72 (tweeënzeventig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 25 december 2022.
Wijst afde vordering tot gevangenneming.
Dit arrest is gewezen door mr. O.G. Schuur, mr. A. van Maanen en mr. L.A. Kjellevold, in aanwezigheid van de griffier mr. L.A.C. van den Berg-Veltman en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 december 2025.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de Koninklijke Marechaussee opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 20231211.1605.0979, gesloten op 21 februari 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 14.
3.De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 16 augustus 2024.
4.Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 14.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 189 en 190.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 190-193.
7.Proces-verbaal van verhoor van verdachte van 18 januari 2024, p. 152.
8.Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 14.
9.Proces-verbaal van aangifte, p.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 189-193.
11.Proces-verbaal studioverhoor [benadeelde 1] , p. 9-11.
12.Proces-verbaal van verhoor getuige [broer benadeelde 1] , p. 88 en 90.