De werknemer was sinds december 2023 zonder opgave van redenen afwezig op het werk en nam geen contact op met de werkgever ondanks herhaalde pogingen. De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst per 7 juni 2024 wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. In hoger beroep stelde de werknemer dat zij beschermd was door het opzegverbod tijdens ziekte en dat er geen redelijke grond was voor ontbinding. Het hof liet een verzoek tot wijziging van petitum niet toe vanwege de tweeconclusieregel en beoordeelde de zaak op het oorspronkelijke verzoek.
Het hof stelde vast dat de werknemer gedurende de relevante periode niet bereikbaar was, ondanks dat contact mogelijk leek, onder meer via haar advocaat en contactpersoon in geval van nood. De werknemer was weliswaar arbeidsongeschikt wegens een psychische stoornis, maar dit stond niet in verband met de non-communicatie en ontbinding. Herplaatsing lag niet in de rede omdat de werknemer onbereikbaar was.
Hoewel de werknemer verwijtbaar handelde, was dit niet ernstig verwijtbaar. Daarom was zij ten onrechte veroordeeld in de proceskosten van de kantonprocedure. Het hof paste de Nayak-regel toe en kende de transitievergoeding toe, ondanks dat het verzoek na de vervaltermijn was ingediend. Het hoger beroep werd verder verworpen, en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.