Uitspraak
die woont in IJsselstein,
[verzoeker],
Divosa,
die is gevestigd te Utrecht,
Divosa,
1.Het verloop van de procedure bij het hof
- de brief van [verzoeker] van 19 november 2025 met één bijlage;
2.De kern van de zaak
2.4 Het hof vindt de verzoeken niet toewijsbaar en zal de beschikking van de rechtbank daarom bekrachtigen. Die beslissing wordt hierna uitgelegd. Het hof zal hierna eerst de feiten bespreken en daarna ingaan op de standpunten van partijen. Daarbij zullen de bezwaren (grieven) van [verzoeker] tegen de beschikking van de rechtbank worden behandeld, voor zover die van belang zijn voor de beslissing.
3.De feiten
Divosa heeft in een brief van 24 april 2024 aan [verzoeker] meegedeeld dat zij zijn verzoek weigert. Op die brief heeft [verzoeker] gereageerd met brieven van 26 en 30 april 2024.
4.4. De beoordeling van het geschil
a. de onjuiste persoonsgegevens met betrekking tot (1) ‘de bevoegdheid bij Divosa tot het accorderen van facturen’ en (2) ‘valse facturen’ te rectificeren (artikel 16 AVG Pro), te wissen (artikel 17 AVG Pro) en daarvan mededeling te doen aan de ontvangers van die gegevens
(artikel 19 AVG Pro);
b. de onrechtmatig verwerkte (strafrechtelijke) persoonsgegevens te wissen (artikel 17 in Pro combinatie met artikel 10 AVG Pro);
c. antwoord te geven op zijn vragen (artikel 14 AVG Pro).
a. Divosa te verplichten ten aanzien van ‘de betrokken persoonsgegevens’:
(1) binnen twee weken het bewijs te leveren dat deze juist, actueel en rechtmatig zijn verwerkt;
(2) indien dat niet het geval is deze persoonsgegevens te rectificeren en de ontvangers daarvan in kennis te stellen;
b. Divosa op te dragen de desbetreffende vragen (met uitzondering van de vragen 5 en 9, uitgaande van de door de rechtbank aangebrachte nummering, die partijen zelf ook volgen) binnen twee weken te beantwoorden;
c. aan nakoming van de onder a. en b. bedoelde verplichtingen een dwangsom te verbinden;
d. uit te spreken (‘voor recht te verklaren’) dat Divosa zijn strafrechtelijke persoonsgegevens onrechtmatig heeft verwerkt.
- [verzoeker] wil dat de veroordelingen gecombineerd worden met een dwangsom;
- [verzoeker] verzoekt om een verklaring voor recht betreffende de strafrechtelijke persoonsgegevens.
a. te verplichten de onjuiste persoonsgegevens te rectificeren en de ontvangers daarvan in kennis te stellen;
b. op te dragen de resterende vragen te beantwoorden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] aangegeven dat hij van nog zes vragen extra (de vragen 13, 14 en 18 tot en met 21) geen antwoord meer verlangt, zodat nog 15 te beantwoorden vragen resteren
- de strafrechtelijke aangifte van Divosa en het bijgevoegde aangiftedocument van de gemeente Rotterdam;
- diverse processtukken uit de civiele procedure tussen Divosa en de gemeente Rotterdam tegen [verzoeker] (inleidende dagvaarding, conclusie van antwoord in reconventie, memorie van antwoord) die heeft geleid tot het arrest van het hof Den Haag;
- de conclusie van antwoord van Divosa en de gemeente Rotterdam tegen [verzoeker] in de herroepingsprocedure bij het hof Den Haag;
- diverse beslagrekesten ten laste van [verzoeker] en diens vennootschappen uit 2014.
Volgens Divosa hebben de verzoeken een buitensporig karakter vanwege het repetitieve karakter en de belastende wijze van procederen door [verzoeker] , die in de verschillende procedures zijn verzoeken ook steeds wijzigt. Bovendien is er volgens Divosa geen enkele noodzaak voor de in deze procedure gedane verzoeken, omdat de vaststelling van de persoonsgegevens waarom het gaat voorwerp waren van een civielrechtelijke en strafrechtelijke procedure. Om die reden dient [verzoeker] volgens Divosa niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek, althans moet zijn verzoek worden afgewezen.
Het doel van het verwerken van de persoonsgegevens in de aangifte is gelegen in het belang van Divosa om aangifte te kunnen doen van in haar ogen strafrechtelijk laakbaar gedrag waarvan zij het slachtoffer is geworden. Met het bewaren van de aangifte beoogt Divosa achteraf te kunnen vaststellen wat de inhoud van haar aangifte precies was, dit met het oog op haar betrokkenheid bij de strafzaak en mogelijke claims van [verzoeker] vanwege de aangifte.
‘
Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is het, gelet op de prominente plaats die het recht op een eerlijk proces in een democratische samenleving inneemt, van wezenlijk belang dat de justitiabele de mogelijkheid heeft om zijn zaak naar behoren voor de rechter te verdedigen en dat hij wapengelijkheid met zijn tegenpartij geniet [zie in die zin EHRM, 24 juni 2022, Zayidov tegen Azerbeidzjan (nr. 2), CE:ECHR:2022:0324JUD000538610, § 87 en aldaar aangehaalde rechtspraak]. Hieruit volgt met name dat de justitiabele moet kunnen deelnemen aan een procedure op tegenspraak en in de verschillende fasen daarvan de argumenten moet kunnen aanvoeren die hij relevant acht voor de verdediging van zijn zaak (EHRM, 21 januari 1999, García Ruiz tegen Spanje, CE:ECHR:1999:0121JUD003054496, § 29).’
‘
Een natuurlijke persoon dient het recht te hebben onjuiste hem betreffende persoonsgegevens te laten rectificeren, vooral wanneer het gaat om feiten, en deze te laten wissen indien de verwerking van die gegevens inbreuk maakt op deze richtlijn. Het recht op rectificatie mag echter geen invloed hebben op, bijvoorbeeld, de inhoud van een getuigenverklaring.’
Het recht op rectificatie strekt ook hier niet tot het aanbrengen van inhoudelijk wijzigingen in of aanvullingen op een afgelegde getuigenverklaring. Als de inhoud van de verklaring op correcte wijze is vastgelegd, is geen sprake van een onjuiste verklaring, ook wanneer de inhoud van de verklaring die betrekking heeft op een persoon of het handelen van een persoon niet in overeenstemming is met de feiten. Of dat laatste het geval is, moet in de strafrechtelijke procedure worden vastgesteld.