ECLI:NL:GHARL:2026:1197

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
200.364.836
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 Wet toelating zorginstellingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming kraker bungalow op GGZ-zorgterrein met verlengde termijn

In hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter heeft het hof de ontruimingsvordering van Stichting GGZ Centraal tegen [appellante], die een bungalow op het zorgpark heeft gekraakt, toegewezen. De voorzieningenrechter had ontruiming binnen drie weken bevolen, maar het hof verlengt deze termijn tot 1 juni 2026.

Het zorgpark huisvest kwetsbare GGZ-patiënten en wordt herontwikkeld, waarbij de gekraakte bungalows gesloopt zullen worden. GGZ voert aan dat zij de regie over bewoning wil behouden en dat ontruiming noodzakelijk is vanwege de veiligheid, rust en het dreigende energietekort door nieuwbouw zonder gasaansluiting.

Het hof weegt het belang van GGZ om de nieuwbouw onbelemmerd in gebruik te nemen zwaar, maar constateert dat de overlast door de kraker niet aannemelijk is gemaakt. Ook het persoonlijke belang van [appellante] bij behoud van de woning is onvoldoende concreet onderbouwd. Daarom wordt het vonnis bekrachtigd, behalve de ontruimingstermijn die wordt verlengd tot 1 juni 2026.

Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt toegewezen met verlenging van de ontruimingstermijn tot 1 juni 2026.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.364.836
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland: 603908
arrest in kort geding van 27 februari 2026
in de zaak van
[appellante]
die woont in [woonplaats]
hierna: [appellante]
advocaat: mr. J. van Lunen
tegen
Stichting GGZ Centraal
die is gevestigd in Amersfoort
hierna: GGZ
advocaat: mr. M. de Marco

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 22 januari 2026 [1] . Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep met grieven;
  • de memorie van antwoord;
  • de nadere producties 1 tot en met 3 van [appellante] ;
  • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 24 februari 2026 is gehouden.
1.2
Hierna heeft het hof arrest bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1
[appellante] heeft een bungalow gekraakt die ligt op het zorgpark van GGZ. Dit kort geding gaat over de vraag of zij de bungalow moet ontruimen.
2.2
De voorzieningenrechter heeft [appellante] veroordeeld om de bungalow binnen drie weken na betekening van het vonnis te ontruimen. GGZ heeft de ontruiming aangezegd tegen 3 maart 2026. [appellante] is het niet eens met het vonnis en vraagt het hof dit te vernietigen, zodat zij, in elk geval voorlopig, in de bungalow kan blijven wonen.
2.3
Het hof zal beslissen dat de vordering tot ontruiming zal worden toegewezen per 1 juni 2026. Het hof zal het vonnis van de voorzieningenrechter in stand laten, met uitzondering van de termijn van de ontruiming. Deze beslissing wordt hierna uitgelegd.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

spoedeisend belang
3.1
GGZ heeft ook in hoger beroep een spoedeisend belang bij de gevraagde ontruiming. Zij heeft aangevoerd dat zij verantwoordelijk is voor de kwetsbare patiënten die op het zorgpark verblijven en dat het kraken van een bungalow op het terrein daarmee op gespannen voet staat. Daarmee is het spoedeisend belang voldoende gegeven.
beoordelingskader
3.2
Het hof hanteert bij de beoordeling hetzelfde toetsingskader als de voorzieningenrechter heeft genoemd in het vonnis en neemt de rechtsoverwegingen 3.1 en 3.2 van dat vonnis over. Kort gezegd moet het hof dus met een belangenafweging beoordelen of GGZ als eigenaar van de bungalow het recht heeft om tot ontruiming over te gaan. Bij die belangenafweging zal het hof alle door partijen aangevoerde omstandigheden in aanmerking nemen.
achtergrond
3.3
Het zorgpark waar de gekraakte bungalow op ligt is een groot en in een bosrijk gebied gelegen instellingsterrein ter huisvesting van patiënten van GGZ. Deze patiënten hebben veelal ernstige (chronische) psychische aandoeningen. Vanwege de veranderde zorgvraag en veroudering van de voorzieningen is GGZ bezig met een omvangrijke herontwikkeling van het terrein in verschillende fases. Een groot deel van het terrein zal worden verkocht ten behoeve van woningbouw. Het westelijk deel van het terrein blijft zorgpark, waarop nieuwbouw wordt gerealiseerd. Vanaf juli 2026 zal de nieuwbouw gefaseerd in gebruik worden genomen. De herontwikkeling is een langdurig traject waarbij (een deel van) de oude gebouwen komt leeg te staan. De door [appellante] gekraakte bungalow behoort tot vijf bungalows die in het kader van de herontwikkeling zullen worden gesloopt. In 2023 heeft GGZ besloten dat de bungalows niet geschikt zijn voor bewoning. Zij staan, op één bungalow na, leeg in afwachting van de sloop en zijn dichtgetimmerd. Op 30 november 2025 heeft [appellante] een van de andere bungalows gekraakt. Daartegen heeft GGZ meteen geprotesteerd.
belangenafweging
3.4
GGZ voert aan dat zij in het kader van de herontwikkeling grip wil houden op de bewoning van haar woningarsenaal, voor zover er tijdelijk woningen of gebouwen leeg komen te staan. Er is dan sprake van tijdelijke huisvesting in locaties die GGZ daarvoor geschikt vindt. GGZ heeft beleid over het leegstandsbeheer ontwikkeld om ervoor te zorgen dat haar kerntaak (zorg en huisvesting van kwetsbare cliënten) niet in het gedrang komt, en werkt samen met de organisatie Ad Hoc die dit beleid uitvoert.
3.5
Het hof stelt voorop dat GGZ er groot belang bij heeft dat zij zelf de regie heeft over wie er op haar terrein verblijft, wat er op haar terrein gebeurt en dat zij daar de controle over uitoefent. GGZ is verantwoordelijk voor de zorg aan en het welzijn van de bewoners van het zorgpark. Anders dan [appellante] , vindt het hof het niet zo heel wezenlijk hoeveel bewoners er precies op het zorgpark wonen en wat de aard van hun aandoeningen is, omdat voldoende duidelijk is dat het gaat om patiënten die vanwege hun psychische aandoening zijn aangewezen op lang- en kortdurende klinische behandeling. Daarmee gaat het om een kwetsbare groep mensen. Dit belang zal dus worden meegewogen maar is, anders dan de voorzieningenrechter aannam, niet een voldoende zelfstandig of zwaarwegend belang voor toewijzing van de ontruimingsvordering, omdat dit belang moet worden gewogen in de context van alle andere omstandigheden van het geval.
3.6
Het belang van GGZ om zelf de regie te houden hangt nauw samen met haar wens en taak om de rust en veiligheid voor de bewoners van het zorgpark, haar patiënten, te bewaken. GGZ voert aan dat een gekraakte woning onrust veroorzaakt bij de bewoners, ook vanwege het risico op overlast. Volgens GGZ heeft die overlast zich bij [appellante] ook gemanifesteerd doordat zij een caravan naast haar bungalow heeft geplaatst, die zij niet op eerste verzoek heeft verwijderd. Ter onderbouwing van haar belang heeft GGZ in hoger beroep een verklaring van haar cliëntenraad overgelegd, waarin deze zijn zorg uitspreekt over de gekraakte bungalow. Onvoorspelbare bewoning geeft een gevoel van onrust en onveiligheid voor bewoners
.Door de nieuwbouw zal er vaker leegstand plaatsvinden en de cliëntenraad vreest dat ongeoorloofde bewoning een ongewenst precedent schept.
3.7
Het hof begrijpt dat de rust en veiligheid van de bewoners belangrijk zijn. Tijdens de mondelinge behandeling is echter ook gebleken dat één van de leeggekomen gebouwen, die dichtbij de bungalow staat, al sinds tien jaar verhuurd is aan het Leger des Heils ten behoeve van dak- en thuislozenopvang. GGZ heeft desgevraagd gezegd dat zij ter beperking van de daarmee gepaard gaande overlast strenge afspraken heeft gemaakt met de huurder, waaronder 24 uurs-bewaking, maar dat er desalniettemin de nodige problemen op het zorgterrein zijn geweest de afgelopen jaren, waaronder ook drugsgerelateerde overlast en brandjes. De daklozen die in de opvang verblijven hebben vrije toegang tot het terrein. GGZ heeft aangegeven dat het aangaan van de huurovereenkomst met het Leger des Heils past binnen haar maatschappelijke taak omdat het gaat om de opvang van kwetsbare personen. Het hof heeft daar begrip voor, maar de omstandigheid dat er al geruime tijd tenminste de kans op ernstige overlast bestaat op het zorgterrein relativeert de stelling van GGZ dat het kraken van de bungalow door [appellante] onrust onder de bewoners veroorzaakt. De bewoners hebben immers al jarenlang te maken met de genoemde dak-en thuislozen op het zorgpark. GGZ heeft de gestelde onrust ook niet onderbouwd door bijvoorbeeld het overleggen van verklaringen van bewoners. In dit verband weegt het hof mee dat geen sprake is van een afgesloten terrein waar uitsluitend patiënten wonen, maar dat daar (in het kader van het leegstandsbeheer) externe partijen zijn gehuisvest en dat er op het terrein ook wordt gewandeld. Ook neemt het hof in aanmerking dat niet is gebleken dat [appellante] overlast richting de bewoners veroorzaakt. Zij heeft aangevoerd dat zij een rustige persoon is, die zich niet bemoeit met de patiënten en dat dat anders is heeft GGZ niet gesteld. Het stallen en opknappen van haar (inmiddels verwijderde) caravan naast de bungalow zonder toestemming van GGZ was weliswaar ongewenst, maar dat de rust van de bewoners daardoor in relevante mate is verstoord is niet aannemelijk.
3.8
GGZ heeft ook nog aangevoerd dat haar cliëntenraad geen toestemming heeft gegeven voor de bewoning door [appellante] en dat het kraken van de bungalow haar wettelijke verplichtingen zoals voortvloeiend uit artikel 19 van Pro de Wet toelating zorginstellingen doorkruist. Voor zover daarvan sprake is neemt het hof dit mee in de belangenafweging, maar hecht hieraan geen zelfstandig (doorslaggevend) belang. Het kraken van een woning is per definitie een inbreuk op het eigendomsrecht. Het antwoord op de vraag in hoeverre GGZ die inbreuk tijdelijk moet dulden is afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.
3.9
Volgens GGZ zijn de bungalows in slechte staat en onbewoonbaar. [appellante] betwist dat gemotiveerd. Beide partijen hebben in hoger beroep een rapport overgelegd ter onderbouwing van hun standpunt. Het hof laat de staat van de bungalows in het midden. Van belang is dat de bungalows gesloopt zullen worden. Het behoort tot de beleidsvrijheid van GGZ als eigenaar om niet meer in de woningen te investeren en tot sloop te besluiten. Dat de bungalows ook (te) onveilig zijn voor tijdelijke bewoning is niet voldoende aannemelijk geworden. [appellante] heeft de bungalow opgeknapt en woont daar nu.
3.1
Het herontwikkelingsplan voorziet in sloop van de vijf bungalows. Wanneer dat zal gebeuren staat nog niet vast. Tijdens de mondelinge behandeling heeft GGZ gezegd dat de sloop nog niet concreet is gepland, dat de sloop geen urgentie heeft en waarschijnlijk in 2027 zal plaatsvinden. Wat wel urgent is voor GGZ is het dreigende energietekort. GGZ heeft toegelicht dat na de zomer de nieuwbouw in gebruik zal worden genomen. De nieuwbouw zal geen gasaansluitingen hebben, waardoor het elektriciteitsgebruik per bewoner vervijfvoudigd wordt. Vanwege de netcongestie kan GGZ echter geen aanspraak maken op extra stroomtoevoer door de netbeheerder. GGZ zal al haar stroomcapaciteit dus moeten inzetten voor de nieuwbouw. Om ervoor te zorgen dat er geen stroomtekort ontstaat heeft GGZ de lopende huurcontracten met externe partijen opgezegd per 1 juni 2026. De nog resterende anti-kraakbewoning wordt streng beperkt in het energiegebruik. Het hof oordeelt dat GGZ daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het onbelemmerd in gebruik kunnen nemen van de nieuwbouw een zwaarwegend belang vormt aan de zijde van GGZ. Dat belang manifesteert zich per 1 juni 2026. [appellante] heeft weliswaar aangevoerd dat zij bereid is om haar energiegebruik te beperken of zich desnoods via zonnepanelen van energie te voorzien, maar GGZ heeft voldoende duidelijk gemaakt dat alle beetjes energiebesparing van belang zijn. Mede in dat kader vindt het hof dat van GGZ niet gevraagd kan worden dat zij reguliere huurovereenkomsten moet opzeggen en tegelijkertijd de aanwezigheid van een illegale bewoner zou moeten dulden.
3.11
[appellante] heeft aangevoerd dat zij groot belang heeft bij behoud van haar woning, omdat ze geen alternatieve huisvesting heeft. Het is algemeen bekend dat in Nederland sprake is van een tekort aan betaalbare (huur)woningen. Het hof is het echter met GGZ eens dat [appellante] dat voor haar persoonlijke situatie te weinig concreet heeft onderbouwd. Zij heeft niet aangevoerd dat en waarom zij er belang bij heeft om in deze regio te blijven wonen, waarom zij niet meer in haar caravan kan wonen en wat zij op dit moment doet om reguliere woonruimte te vinden. Dat neemt niet weg dat een inmenging in de uitoefening van haar huisrecht evenredig moet zijn. Gelet op wat hiervoor is overwogen oordeelt het hof dat GGZ per 1 juni 2026 een spoedeisend belang heeft bij ontruiming van de woning.
conclusie
3.12
Het hoger beroep van [appellante] slaagt gedeeltelijk. Het hof zal het vonnis bekrachtigen met uitzondering van de ontruimingstermijn. Het hof bepaalt dat iedere partij zijn eigen kosten van het hoger beroep moet dragen (compensatie van proceskosten) omdat partijen ieder deels gelijk hebben gekregen.

4.4. De beslissing

Het hof:
4.1.
bekrachtigt het vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 januari 2026, behalve de beslissing over de ontruimingstermijn van 3 weken na betekening van het vonnis, die hierbij wordt vernietigd en beslist:
4.2
bepaalt de ontruimingsdatum op 1 juni 2026;
4.3
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het hoger beroep draagt;
4.2.
verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.E.F. Hillen, L.J. de Kerpel-van de Poel en S.C.P. Giesen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026.