ECLI:NL:GHARL:2026:1339

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
200.361.802
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:435 lid 3 BWArt. 1:435 lid 4 BWArt. 1:452 lid 3 BWArt. 1:452 lid 4 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging benoeming professionele bewindvoerder en mentor wegens gegronde bezwaren tegen vader

In deze zaak staat de benoeming van een bewindvoerder en mentor voor een minderjarige met een geestelijke of lichamelijke beperking centraal. De vader van de minderjarige verzocht om zijn benoeming tot bewindvoerder en mentor, terwijl de zorginstelling Pluryn en de kantonrechter een professionele bewindvoerder en mentor benoemden.

De minderjarige is tijdelijk of duurzaam niet in staat zijn belangen zelf waar te nemen. De wet geeft de voorkeur aan een familielid als bewindvoerder of mentor, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten. De minderjarige wenst benoeming van zijn vader, die een goede band met hem heeft en hem goed kent.

Echter bestaat er een groot verschil in visie tussen de vader en de zorginstelling over wat het beste is voor de minderjarige. De vader geeft hem veel vrijheid zonder voldoende beperkingen, terwijl de zorginstelling stelt dat de minderjarige afhankelijk is van toezicht, structuur en individuele begeleiding. Het hof sluit zich aan bij de kantonrechter en oordeelt dat de professionele bewindvoerder en mentor het beste aansluiten bij de behoeften van de minderjarige.

Daarom worden de gegronde redenen die zich verzetten tegen de benoeming van de vader bevestigd en blijft de beschikking van de kantonrechter in stand. Het hoger beroep wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter en wijst het hoger beroep af, waardoor de professionele bewindvoerder en mentor benoemd blijven.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.361.802
(zaaknummers rechtbank Gelderland 11810227, 11860845, 11826294 en 11826297)
beschikking van 5 maart 2026
in de zaak van
[verzoeker]( [verzoeker] )
die woont in [woonplaats1] , gemeente [gemeentenaam]
advocaat: mr. C.T.B.J. Besjes
Als belanghebbenden zijn aangemerkt:
[belanghebbende1](de vader)
die woont in [woonplaats2]
[belanghebbende2](de moeder)
die woont in [woonplaats3]
[belanghebbende3](zuster)
die woont in [woonplaats4]
Unidos Bewindvoering B.V.(de bewindvoerder)
die is gevestigd in Lent, gemeente Nijmegen
[belanghebbende4](de mentor)
die woont in [woonplaats5]
Stichting Pluryn( Pluryn )
die is gevestigd in [vestigingsplaats]
advocaat: mr. L.A.P. Arends

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (hierna: de kantonrechter), van 19 september 2025, uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift, ingekomen op 20 november 2025;
- het verweerschrift van Pluryn ;
- een brief van de bewindvoerder, ingekomen op 6 januari 2026, met producties;
- een brief van de mentor van 5 januari 2026;
- een brief van Pluryn van 23 januari 2026 met bijlage.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 29 januari 2026 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
- [verzoeker] , bijgestaan door zijn advocaat;
- de vader;
- de moeder;
- mr. Arends en mr. D.E.J. Meijers, vergezeld van [naam1] (gedragswetenschapper), namens Pluryn .

3.De feiten

3.1
[verzoeker] is geboren [in] 2007. Hij woont in de zorginstelling van Pluryn in [woonplaats1] .
3.2
Zowel de vader als Pluryn heeft de kantonrechter verzocht om instelling van een bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] en instelling van een mentorschap voor [verzoeker] .
3.3
De vader heeft verzocht hem te benoemen tot bewindvoerder en tot mentor. Pluryn heeft verzocht Unidos tot bewindvoerder te benoemen en [belanghebbende4] tot mentor.

4.De omvang van het geschil

4.1
In de beschikking van 19 september 2025 (de bestreden beschikking) heeft de kantonrechter de goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] onder bewind gesteld, met benoeming van Unidos tot bewindvoerder, en een mentorschap ingesteld voor [verzoeker] , met benoeming van [belanghebbende4] tot mentor.
4.2
[verzoeker] is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij verzoekt het hof die beschikking (gedeeltelijk) te vernietigen en zijn vader te benoemen tot bewindvoerder en mentor.
4.3
Pluryn voert verweer en verzoekt het hof het hoger beroep van [verzoeker] af te wijzen en de bestreden beschikking in stand te laten.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Dat [verzoeker] als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam
niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen
behoorlijk waar te nemen, staat niet ter discussie. De vraag is wie tot bewindvoerder en mentor moeten worden benoemd.
5.2
In artikel 1:435 lid 3 BW Pro en artikel 1:452 lid 3 BW Pro staat dat de rechter bij de benoeming van de bewindvoerder en mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende of betrokkene volgt, tenzij gegronde redenen zich tegen die benoeming verzetten.
In artikel 1:435 lid 4 BW Pro en artikel 1:452 lid 4 BW Pro staat dat bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot bewindvoerder of mentor wordt benoemd, als de rechthebbende of betrokkene niet is gehuwd, geen geregistreerd partnerschap is aangegaan of niet anderszins een levensgezel heeft.
5.3
[verzoeker] is van mening dat er geen gegronde redenen zijn om af te wijken van zijn voorkeur voor benoeming van de vader tot bewindvoerder en mentor. Hij heeft ook op de zitting gezegd dat hij wil dat de vader tot bewindvoerder en mentor wordt benoemd. [verzoeker] heeft een goede band met zijn vader; de vader vormt altijd een veilig vangnet, hij weet wat [verzoeker] kan en waarin zijn beperkingen liggen.
5.4
Naast Pluryn zijn ook de moeder, de bewindvoerder en de mentor van mening dat de beslissingen van de kantonrechter in stand moeten blijven.
5.5
Het hof is evenals de kantonrechter van oordeel dat er gegronde redenen zijn die zich verzetten tegen benoeming van de vader tot bewindvoerder en/of mentor en legt dat hierna uit.
5.6
Het hof verwijst naar de beslissingen van de kantonrechter, sluit zich aan bij de motivering daarvan en neemt die over. Kort gezegd heeft de kantonrechter overwogen dat tussen de vader en de moeder een groot verschil in inzicht bestaat over wat het beste is voor [verzoeker] , maar dat vooral tussen de vader en Pluryn een uiteenlopend beeld bestaat over wat nodig is voor [verzoeker] . De vader is zeer betrokken op [verzoeker] maar heeft een geheel eigen visie op de mogelijkheden van [verzoeker] en de aanpak die hij nodig heeft. De vader geeft hem vrijheden zonder veel beperkingen.
De visie van de vader op de mogelijkheden van [verzoeker] vindt onvoldoende steun in de overgelegde stukken. In de overgelegde informatie staat onder meer dat [verzoeker] afhankelijk is van toezicht en individuele begeleiding door volwassenen. Hij heeft herhaling en structuur en een prikkelarme, overzichtelijke, werkplek met toezicht nodig. Er moet van worden uitgegaan dat de visie van Pluryn op de ontwikkeling en te volgen behandeling en/of begeleiding van [verzoeker] het meest juist is. Gelet op het grote verschil in visie bestaat niet de verwachting dat de vader daarin een andere houding kan of zal aannemen. Benoeming van een professionele bewindvoerder en mentor is dan ook in het belang van [verzoeker] en er zijn gegronde redenen die zich verzetten tegen benoeming van de vader.
5.7
De beslissing van de kantonrechter moet daarom in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 19 september 2025;
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, R. Feunekes en A.T. Bol, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, is getekend door mr. K. Mans en is op 5 maart 2026 uitgesproken in het openbaar.