Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De procedure bij de rechtbank
.De vrouw heeft op 6 november 2024 een zelfstandig verzoek tot wijziging van die beschikking ingediend.
5.De omvang van het geschil
6.De motivering van de beslissing
Het enkele tijdsverloop en het feit dat de vrouw (noodgedwongen) rond heeft moeten en kunnen komen van het bedrag dat zij in aanvulling op haar uitkering van de man heeft ontvangen, brengen naar het oordeel van het hof niet mee dat de behoefte en/of de aanvullende behoefte van de vrouw is afgenomen. Dat geldt ook voor het feit dat de vrouw ervoor gekozen heeft geld aan de kinderen te geven.
Het hof is van oordeel dat de nabetaling moet worden meegenomen in het jaar dat de man dit heeft genoten, omdat dit bedrag in dat jaarzijn draagkracht heeft bepaald. Het hof gaat daarom voor de periode vanaf 5 november 2024uit van het hele inkomen zoals genoemd op de jaaropgave 2024, te weten € 99.282,- bruto per jaar.
De woonlasten
De schulden
.Omdat de man heeft nagelaten voldoende inzage te geven in zijn - huidige - financiële situatie kan een beroep op de aanvaardbaarheidstoets niet slagen. De man heeft weliswaar een lijst met lasten in het geding gebracht, maar die bedragen worden niet onderbouwd met onderliggende stukken. Daarmee heeft de man ten aanzien van de aanvaardbaarheidstoets niet aan zijn stelplicht voldaan.