ECLI:NL:GHARL:2026:149
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beëindiging ouderlijk gezag moeder wegens informele rechtsingang minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland die haar ouderlijk gezag over haar minderjarige kind beëindigde en het gezag aan de vader toekende. De rechtbank had dit gedaan op basis van een informele rechtsingang, waarbij de wens van het kind werd meegewogen.
Het hof oordeelt dat de informele rechtsingang zoals bedoeld in artikel 1:251a lid 4 BW niet van toepassing is op deze situatie, omdat de ouders nooit gezamenlijk gezag hebben gehad en niet getrouwd zijn geweest. De rechtbank heeft de wet verkeerd toegepast door de wens van het kind als grondslag te gebruiken voor het wijzigen van het gezag zonder dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan.
Daarnaast stelt het hof dat de moeder wel ontvankelijk is in haar beroep, ondanks dat het gezag inmiddels door meerderjarigheid van het kind zou zijn geëindigd, omdat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd en de wettelijke kaders niet juist heeft toegepast.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking en wijst het meer of anders verzochte af. De moeder behoudt daarmee haar gezag, en de wijziging van het gezag wordt teruggedraaid.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking die het gezag van de moeder beëindigde en herstelt daarmee haar gezag over het kind.