“Ik heb hem echt voor het eerst gezien op zijn eerste werkdag. In het begin dacht ik oprecht, wat leuk, een man, want we zijn een clubje vrouwelijke juristen, goed voor de balans. Dus ik moet zeggen dat ik in het begin helemaal geen moeite had met [verzoeker] . Dat ging gewoon prima, hij draaide mee, hij moest alles nog leren, want hij was nieuw in het vak. (…) ik was altijd op kantoor en ik wilde ieders vragen altijd beantwoorden waar ik kan. Ik ben zelf natuurlijk ook nog volop lerende en daardoor ook wel wat onzeker, waardoor ik toch graag wil dubbelchecken en navragen. [verzoeker] , kwam met heel veel vragen, ook bij mij. Soms wel vijf op een dag. Daar heb ik niet altijd gelijk tijd voor, want ik heb ook mijn eigen zaken en ik was niet zijn vaste aanspreekpunt waardoor het soms lastig was, omdat hij van mij bijvoorbeeld een ander antwoord kon krijgen als van zijn begeleider destijds. Hij ging bijvoorbeeld met mij in discussie over waarom de zienswijzetermijn twee weken was. Dus ik zei dat dat standaard was en dat hij dat kon opzoeken. Een logische verklaring waarom dat zo is, weet ik ook niet en als je op vakantie gaat en je wilt er drie weken van maken, want dan ben je terug dan is dat wat mij betreft prima, maar er kwam overal een "ja, maar" en ik werd daar heel onzeker van. Toen uiteindelijk hebben mevrouw [naam2] en ik samen aangegeven bij onze teamleider dat het ons te veel tijd kost en dat het op deze manier niet werkte. Toen is er een nieuwe begeleider gekomen die echt compleet alleen werd aangesteld voor de begeleiding van [verzoeker] . (…) Ik ben het meest op kantoor, want externen werken natuurlijk overal. Dat werden steeds meer vragen en ook in het "ja, maar waarom” en "hoezo dit, ik vind dat”. Ik vond dat lastig. Wij hebben een keer gehad dat het korte tijd eigenlijk allemaal ‘mis’ ging Hij vroeg hoe hij een zaak moest aanmaken. Ik stond op het punt om weg te gaan naar een ander overleg dus ik zei: "kijk maar alvast hoe ver je komt, zet het maar alvast op je beginscherm, ik kom zo terug en dan kijk ik mee.” Dat had hij niet gedaan, hij zei namelijk: "we hebben dit nog nooit eerder gedaan en ik weet dus niet hoe." Dus ik zei: "nou we hebben het wel een keer samen gedaan, dus begin gewoon en dan kan ik meteen ingrijpen als ik denk dat het niet goed gaat." (…) Toen werd hij boos en heel geïrriteerd en begon hij echt met stemverheffing dat hij mijn houding spuugzat was, dat ik heel oncollegiaal was, dat hij niet steeds wilde horen dat ik dingen al had uitgelegd, want dat was niet zo en als hij om hulp vroeg dan moesten wij hem per direct helpen, want dan kwam hij niet verder. Ik was helemaal overdonderd. Ik zat ook met een stoel naast hem met een heel hoog stemmetje en heb ik gezegd “maar ik help je nu toch wat wil je dan nog meer?”. Dat was wel een punt ook dat een collega die altijd achter mij zat, (die is een aantal weken eerder begonnen als ik destijds in 2021) tegen mij zei dit moet je
gaan melden bij een teamleider want dit was echt niet normaal. Je deed helemaal niets raars, je zei alleen ‘kijk hoever je komt, want dan kan ik je beter helpen'. (…)
Ik heb vaker ook rondjes gewandeld met [verzoeker] , waarin hij aangaf dat
hij vond dat hij niet begeleid werd. Terwijl als je het vergelijkt met wat ik destijds ook heb gehad, hij gewoon minimaal dezelfde begeleiding had. Wij hebben hem allemaal altijd gewoon geholpen en hij had een vast aanspreekpunt en een vaste begeleider. (…)
Op dat moment was het echt heel stroef. Ongeveer alles wat ik zei leverde bij hem irritatie op. En andersom dacht ik ook ik ga maar zo min mogelijk met hem om. Ik dacht ik help je inhoudelijk maar ik hoef verder geen relatie met hem verder. Gewoon alleen puur als collega's en zakelijk. Hij heeft wel vaker gezegd “jij vertelt andere mensen meer”. Dan denk ik van ik heb daar geen behoefte aan om met jou over mijn weekend te praten heel uitgebreid. Ik zeg goedemorgen, ik haal koffie en thee en help je inhoudelijk. Dus de teamleider is erbij aangesloten. Dat gesprek was niet heel constructief dat was vooral [verzoeker] die dingen zei waarin hij had gehoopt dat ik anders had gereageerd. (…)
We hebben standaard juristen overleggen gehad, daar zat iedereen bij. We gingen in de pauze een rondje wandelen. We vroegen niet iedere collega van ga je mee? Je doet gewoon je jas aan en iedereen weet we gaan nu een rondje wandelen en als je mee wilt, ga je gewoon mee. (…) Je hebt altijd een collega met wie je het leuker kan vinden dan met een ander, dus automatisch trek je daar wat meer naartoe, maar dat lijkt me normaal. (…) Ik heb alleen niet zo uitgebreid met hem over mijn weekend gepraat als ik dat met een andere collega deed. Die is net zo oud als ik, we rijden allebei paard, daar heb je het gewoon uitgebreider mee over bepaalde dingen. Dat heb ik niet met hem. Ik heb hem niet buitengesloten, helemaal niet. Ik heb ook rondjes met hem gewandeld dat we allebei best persoonlijke dingen weleens hebben verteld. Want het is echt niet vanaf het begin allemaal slecht geweest, zeker niet. Ik merkte wel dat het wat minder klikte.”