Uitspraak
1.[appellant1] ,
[appellanten]en ieder afzonderlijk
[appellant1]en
[appellant2],
1.Van Wijnen Deventer B.V.,
Van Wijnen,
2.[geïntimeerde] ,
[geïntimeerde],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de appeldagvaardingen van 31 juli 2023 en 1 augustus 2023;
- de memorie van grieven (met wijziging van eis);
- de memorie van antwoord, van de zijde van [geïntimeerde] ;
- de memorie van antwoord in principaal appel tevens memorie van grieven in incidenteel appel, van de zijde van Van Wijnen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel;
- de akte uitlaten en overleggen productie, van de zijde van Van Wijnen;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling van 4 november 2025, en de reactie daarop van mr. IJzerman van 2 december 2025.
2.De kern van de zaak
3.De feiten
Dakconstructie
4.Het oordeel van het hof
negenreparaties (of pogingen daartoe) waren uitgevoerd. Niet blijkt dat Van Wijnen na die datum nog enige poging tot herstel heeft ondernomen. Dat – zoals Van Wijnen meent – de gebreken die de warmtepomp op dit moment heeft ándere gebreken zijn dan die welke ten grondslag liggen aan de genoemde klachten over het lawaai en over de noodzaak tot het gebruik van een elektrische kachel, valt zonder een verdere toelichting op dat punt van de zijde van Van Wijnen, niet in te zien. [appellanten] hebben voldoende duidelijk gemaakt dat de warmtepomp tot op heden niet goed functioneert, en ook waaruit dat blijkt. Het ligt op de weg van Van Wijnen om de achterliggende technische oorzaak te achterhalen en om ervoor te zorgen dat [appellanten] alsnog de beschikking krijgen over een naar behoren functionerende warmtepomp. Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de warmtepomp al kort na oplevering gebreken vertoonde en dat die gebreken tot op de dag van vandaag niet verholpen zijn.
opdak-panelen. Zo staat in de technische omschrijving dat het dak voorzien wordt van keramische dakpannen, en dat de zonnepanelen ‘op’ het dak worden geplaatst (zie hierboven, onder 3.3). En op de tekeningen is te zien dat de panelen
opde dakpannen komen te liggen (zie hierboven, onder 3.4). [appellanten] wijzen er terecht op dat ook de notaris zodoende is uitgegaan van opdak-panelen, en dat de notaris om die reden in de notariële akte voor de zonnepanelen een erfdienstbaarheid heeft opgenomen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat bij plaatsing van opdak-panelen een erfdienstbaarheid passend was, dit omdat de panelen in dat geval geen onderdeel zouden zijn van de eigendom van de woning. Reden daarvoor is, naar het hof begrijpt, dat de panelen voor het huizenblok in een aaneengesloten ‘vak’ midden op dat huizenblok zouden worden gelegd en dat zichtbaar zou zijn dat de panelen niet parallel liepen met de grenzen tussen de woningen. Tussen partijen staat verder niet ter discussie dat de gevestigde erfdienstbaarheid in geval van indak-panelen nutteloos is, dit omdat de panelen in dat geval behoren bij de eigendom van de woning waarin de panelen zijn aangebracht.
opdak-zonnepaneel wordt geplaatst dat eigendom is van de buren en dat ook is aangesloten op de PV-installatie van de buren. Van Wijnen kon tegenover [appellanten] dan ook slechts volstaan met plaatsing van indak-panelen, als daarbij voldaan werd aan de door [appellanten] genoemde voorwaarde, te weten dat geen indak-paneel werd geplaatst dat aangesloten werd op de PV-installatie van de buren. Duidelijk is dat Van Wijnen niet aan die voorwaarde voldaan heeft. Van Wijnen is in zoverre dan ook tekortgeschoten is in de nakoming van haar contractuele verplichtingen. Het genoemde bezwaar van [appellanten] is voorafgaand aan de oplevering al duidelijk per brief aan Van Wijnen kenbaar gemaakt (zie hierboven, onder 3.7 en 3.8). Het bezwaar is bij oplevering, onder verwijzing naar de gevoerde correspondentie, uitdrukkelijk gehandhaafd (zie hierboven, onder 3.8 en 3.9). De op 14 augustus 2020 aan Van Wijnen verzonden sommatie tot nakoming op dit punt, was, gelet op de eerdere correspondentie over dat onderwerp, overigens ook voldoende duidelijk.
jegens [appellanten]Van Wijnen wijst er bovendien op dat bij de oplevering zichtbaar was dat de naastgelegen woning niet beschikte over een (extra) hemelwaterafvoer. Voor zover er al sprake zou zijn van een gebrek, had dit gebrek dus bij de oplevering gemeld dienen te worden.
5.De beslissing
- € 349,- aan griffierecht;
- € 1.716,- aan salaris van de advocaat (2 procespunten x appeltarief I ad € 858,-);
binnen twee maandenna betekening van dit arrest de warmtepomp van [appellanten] te herstellen aldus dat deze warmtepomp voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk, dit
op straffe van verbeurte een dwangsom van € 500,- voor elke dag(een deel van een dag daaronder begrepen) dat Van Wijnen in gebreke blijft aan die veroordeling te voldoen,
tot een maximum aan dwangsommen van in totaal € 5.000,-;