Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[vestigingsplaats](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is in hoger beroep gekomen tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland die de naheffingsaanslagen BPM voor negen geïmporteerde gebruikte auto’s heeft gehandhaafd, behalve voor drie auto’s waarvoor een beperkte vermindering werd toegekend. De kern van het geschil betreft de juiste hoogte van de afschrijving wegens meer dan normale gebruiksschade, de waardering van de handelsinkoopwaarde zonder RDW-oordeel over de kilometerstand, en de stelling van fiscale discriminatie.
Het hof overweegt dat de afschrijving op basis van taxatierapporten door een erkende taxateur mag worden vastgesteld, waarbij meer dan normale gebruiksschade in aanmerking kan worden genomen. Voor vier auto’s heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat er meer dan normale gebruiksschade is. Voor vijf auto’s is erkend dat er meer dan normale gebruiksschade is, maar belanghebbende heeft niet voldoende bewijs geleverd voor een hogere waardevermindering dan reeds toegepast.
Verder oordeelt het hof dat het ontbreken van een RDW-oordeel over de kilometerstand een waardedrukkende factor kan zijn, maar dat belanghebbende niet heeft bewezen dat dit niet al in de koerslijsten is verwerkt. De stelling van fiscale discriminatie wegens gebrek aan transparantie wordt verworpen, mede gelet op de bewijslastverdeling en de 72%-norm die een tegemoetkoming vormt voor de belastingplichtige.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er worden geen proceskosten of griffierechten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen BPM worden bevestigd.