Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de zaak
(24 + 22,9 + 24,5 + 26,5 + 27,3 + 28,0 + 29,0 + 29,6 + 28,4 + 24,8) : 10 = (afgerond) 26,5 kg per koe per dag. Het hof zal dit gewicht hanteren in zijn berekeningen en niet het door [de veehouder] opgevoerde gewicht. Het gemiddelde over de schadeperiode is
(24,8 + 24,7 + 25,5 + 25 + 23,3 + 25,7 + 26,6 + 24,5 + 26,4 + 27,1) : 10 = (afgerond) 25,4 kg per koe per dag. Het verschil is 1,1 kg per koe per dag. Wordt uitgegaan van de door [het accountantskantoor] in haar tweede rapport gekozen schadeperiode van 449 dagen en van het gemiddelde aantal koeien over de schadeperiode van (91 + 82 + 86 + 82 + 89 + 83 + 83 + 82 + 64 + 72) : 10 = 81,4, dan leidt dat tot een totale melkderving van 40.203 kg. [het accountantskantoor] gaat uit van een gemiddelde melkprijs in de schadeperiode van € 35,80 per 100 kg melk. [het accountantskantoor] ging echter in haar eerste rapport uit van een melkprijs van € 33,63 per 100 kg. Uit het bij het eerste rapport overgelegde jaaroverzicht over 2016 van FrieslandCampina blijkt onder het kopje “Vergelijking” dat de gemiddelde melkprijs over 2016 € 30,07 excl. btw per 100 kg bedraagt. Het hof kan de gemiddelde prijs over 2017 niet vaststellen. [de veehouder] heeft immers het jaaroverzicht over 2017 niet in het geding gebracht, wat wel voor de hand had gelegen. Het hof gaat er daarom vanuit dat in 2017 eenzelfde melkprijs per 100 kg gold. Verder gaat het hof ervan uit dat [de veehouder] hetzij geen btw-afdracht verschuldigd is over deze schadevergoedingsvordering, hetzij deze als ondernemer in vooraftrek kan brengen, zodat de schade is beperkt tot de prijs per 100 kg exclusief btw. Een en ander leidt tot een schade van € 30,07 x (40.203 kg : 100) = € 12.089. Dit bedrag zal worden toegewezen.