Uitspraak
1.de vennootschap onder firma Loonbedrijf [de vof],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
- veroordeling van [de hypotheekhouder] om de door [de hypotheekgever] gemaakte taxatie- en notariskosten in het kader van deze vervangende hypotheek van € 3.346,72 te vergoeden, met de wettelijke rente vanaf 4 november 2025;
- veroordeling van [de hypotheekhouder] tot terugbetaling aan [de hypotheekgever] hetgeen hij heeft betaald uit hoofde van het vonnis van 28 mei 2025, verhoogd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2025;
- met veroordeling in de proceskosten van beide instanties.
3.De toelichting op de beslissing van het hof
te eniger tijd te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten, huidige of toekomstige vorderingen wegens verrichte werkzaamheden, dan wel uit welken anderen hoofde ook”.
overeenkomst tot koop en verkoop van activa” (hierna: de koopovereenkomst) ondertekend. De heer W. Ploeg (hierna: Ploeg) is de bestuurder van Mineraal Trans. In de koopovereenkomst staat dat [de hypotheekgever] OG en de drie andere vennootschappen hun mesthandel door middel van een activatransactie verkopen aan Mineraal Trans. Volgens die overeenkomst komen de overgedragen onderneming en activa vanaf 1 juli 2023 voor rekening en risico van Mineraal Trans. De door Mineraal Trans te betalen koopprijs van € 1.244.000,00 is omgezet in een geldlening van zes jaar.
Verder verlenen partijen elkaar over en weer algehele en finale kwijting, zodat zij over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben uit welke hoofde dan ook. (…)
Er zijn zaken die niet correct zijn in onze oogen, dus we laten we die hypothecaire inschrijving vooralsnog staan”.
een vordering (..) ten bedrage van circa € 350.000,--, ter zake van wanprestatie dan wel onrechtmatig handelen in de periode juli 2023 tot en met april 2024, door frauduleuze handelingen met betrekking tot de mest die opgeslagen was in de mestsilo bekend onder nummer 205242”.
uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten, huidige of toekomstige vorderingen wegens verrichte werkzaamheden, dan wel uit welken anderen hoofde ook” . Zodanige hypotheek wordt door het gebruik van de woorden “
uit welken anderen hoofde dan ook” in de praktijk veelal geduid als een ‘bankhypotheek’. Een bankhypotheek heeft weliswaar een ruime strekking, maar dat betekent niet dat er geen beperkingen kunnen zijn. Het komt daarbij neer op de uitleg van het beding in de hypotheekakte voor welke vorderingen het hypotheekrecht is gevestigd. De aan de vof gecedeerde vordering van Mineraal Trans valt duidelijk niet onder de drie eerstgenoemde categorieën (geldleningen, verleende of te verlenen kredieten, vorderingen wegens verrichte werkzaamheden). Dit heeft de vof overigens ook niet gesteld en is evenmin anderszins gebleken.
vorderingen van de vof op [de hypotheekgever] c.s. uit welken anderen hoofde dan ook”. De rechtbank heeft overwogen dat de hypotheekakte de strekking van een bankhypotheek heeft, in die zin dat de hypotheek is gevestigd voor alle bestaande, maar ook voor toekomstige vorderingen van de vof op [de hypotheekgever] “
uit welken anderen hoofde ook”, dus ook de in 2024 door Mineraal Trans aan de vof gecedeerde vordering.
uit welken anderen hoofde dan ook” ruim is geformuleerd, betekent niet zonder meer dat ook vorderingen op [de hypotheekgever] die, zoals in dit geval, niet voortvloeien uit of verband houden met een tussen [de hypotheekgever] en de vof bestaande rechtsverhouding onder de hypothecaire dekking kunnen worden gebracht doordat de vof deze van een derde partij gecedeerd heeft gekregen. Ondanks de ruime bewoordingen van de betreffende clausule in de hypotheekakte brengt een redelijke uitleg, ook als de objectieve uitlegmaatstaf wordt gehanteerd, met zich dat het hypotheekrecht in beginsel strekt tot zekerheid van vorderingen die voortvloeien uit een relatie die de vof met [de hypotheekgever] c.s. onderhoudt. Vorderingen die voortvloeien uit of verband houden met rechtsverhoudingen tussen [de hypotheekgever] c.s. en een derde partij (niet zijnde de vof) vallen in dit geval in beginsel dus niet onder de dekking van de hypotheek. Een dergelijke partijbedoeling ligt, zeker gezien de verstrekkende gevolgen, niet voor de hand en valt ook niet af te leiden uit de in de hypotheekakte gebezigde bewoordingen. De tekst in de hypotheekakte biedt geen enkele aanwijzing dat [de hypotheekgever] ook dergelijke vorderingen onder het bereik van de hypotheek heeft willen brengen. Evenmin zijn er aanwijzingen dat de vof op het moment van de hypotheekverstrekking van een dergelijke verstrekkende reikwijdte is uitgegaan of mocht uitgaan. Niet is gesteld of anderszins gebleken dat dit op het moment van het vestigen van de hypotheek tussen partijen aan de orde is geweest. Sterker nog, tussen partijen staat vast dat de hypotheek is gevestigd met het oogmerk dat Ploeg zekerheid zou genieten voor zijn vorderingen op [de hypotheekgever] uit hoofde van verricht loonwerk (zie onderdeel 3.18). Naar het oordeel van het hof kan de in dit geval gevestigde hypotheek dan ook niet strekken tot zekerheid van een (vermeende) vordering die de vof als hypotheekhouder na vestiging van die hypotheek van een derde partij (Mineraal Trans) heeft overgenomen en die niet voortvloeit uit een in 2016 reeds bestaande of nadien ontstane rechtsverhouding tussen de vof en [de hypotheekgever] c.s.
Koper en Verkoper zijn geen zekerheden overeengekomen ten aanzien van de garanties”. Het is niet te rijmen met deze afspraak in het kader van de koopovereenkomst dat Mineraal Trans en de vof door middel van een cessie van een vermeende vordering op [de hypotheekgever] alsnog een zekerheid zouden (kunnen) creëren voor een uit die koopovereenkomst voortvloeiende vordering (namelijk wanprestatie).
om Mineraal Trans volledig uit de wind te houden, ook in het kader van de hele verkoop”. Deze omstandigheden dragen bij aan het beeld dat de cessie een constructie is geweest om de (vermeende) vordering van Mineraal Trans tegen de partijbedoeling en contractuele afspraken blijkend uit de koopovereenkomst en de hypotheek in toch onder de hypothecaire dekking te brengen.
huidige en/of toekomstige vorderingen wegens]
verrichte werkzaamheden”. Tussen de vof en [de hypotheekgever] staat vast dat deze samenwerking in 2024 is beëindigd. Het is niet gesteld noch anderszins gebleken dat de vof uit hoofde van die door de vof verrichte werkzaamheden enige onbetaald gebleven vordering op [de hypotheekgever] c.s. heeft.
Partijen zijn overeengekomen het bestaand recht van hypotheek te royeren op de in voormelde akte van hypotheek omschreven onderpanden, onder gelijktijdige vestiging van een nieuw recht van hypotheek op de onderpanden als gemeld in onderhavige akte. Voor het overige blijven de reeds gemaakte afspraken uit voormelde akte van hypotheek onverminderd en ongewijzigd van kracht”.
- [de hypotheekgever] zal niet-ontvankelijk worden verklaard wat betreft de vordering tot vrijgave van de hypotheek van 24 juli 2025;
- De verklaring voor recht dat [de hypotheekhouder] geen met hypotheekrecht versterkte vordering op [de hypotheekgever] heeft is toewijsbaar. [de hypotheekgever] heeft voldoende gesteld en onderbouwd om deze negatieve verklaring voor recht toe te wijzen;