Uitspraak
[appellant]
Acantus
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De feiten
- tot 1 augustus 2013 heeft [naam1] ingeschreven gestaan op het adres van De Woning. [naam1] heeft ook in februari 2016 korte tijd weer ingeschreven gestaan op dat adres.
- [naam3] is vanaf 6 november 2015 ingeschreven op het adres van de Woning, dit tot 10 juli 2018. Zij is weer ingeschreven geweest op dat adres van 1 november 2019 tot 1 december 2021. Zij is toen, met kinderen uit de relatie met [appellant] , verhuisd naar [adres3] in [plaats] , een woning in bezit van [appellant] .
- tussen december 2021 en 1 augustus 2022 stond mevrouw [naam4] ingeschreven op het adres van de Woning. Met haar was volgens [appellant] geen sprake van een affectieve relatie.
- vanaf 1 augustus 2022 tot 23 maart 2023 stond de heer [naam5] ingeschreven op het adres van de Woning.
- in 2023 stond tot 3 december 2023 mevrouw [naam6] ingeschreven op het adres van de Woning. Zij was een werkneemster van [appellant] . [appellant] heeft met haar een affectieve relatie gehad.
- daarna heeft [naam7] enige tijd in de Woning verbleven. Met haar had [appellant] een affaire. Zij huurde vervolgens de woning aan de [adres3] in [plaats] van [appellant] , die [naam3] na de breuk met [appellant] in september 2024 heeft verlaten.
[naam8](wimperstudio) ingeschreven gestaan van mevrouw [naam6] . Zij ontving ook cliënten in de woning. Acantus heeft zowel [naam6] als [appellant] gesommeerd om aan deze inschrijving op het adres van de Woning een einde te maken.
4.De procedure bij de kantonrechter
5.De toelichting op de beslissing van het hof
Het hoger beroep van Acantus slaagt ten dele
Het hof verwerpt het betoog van [appellant] dat Acantus geen belang heeft bij dit hoger beroep. Immers, door het beroep van [appellant] ligt de vraag nog steeds open of [appellant] de bepalingen van de huurovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden heeft overtreden en daarbij is van belang hoe de bewijspositie van beide partijen is.
. [4] Ook de nieuwe vorderingen in hoger beroep zijn niet toewijsbaar.
6.De beslissing
- € 827,- aan griffierecht
- € 1.290 aan salaris van de advocaat van Acantus (1 procespunt x het toepasselijke tarief II)