Uitspraak
[naam1]
1.Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de zaak
“Hoeveel van deze kosten zijn te wijten of mede te wijten aan later door of in opdracht van bewoners aangebrachte dakdoorvoeren, dakkapellen, zonnepanelen of dakramen die niet volgens de standaard van goed en deugdelijk werk tot stand zijn gebracht?”
“Kunt u bij de beantwoording van genoemde vragen ook aandacht besteden welke bouwkundige en kostentechnische consequenties het heeft gehad dat de goten door aannemer pas later zijn aangebracht en hierdoor verankering van de onderste rij door [appellant] niet mogelijk was?”OBK acht de vraag overbodig, omdat iedere dakdekker weet dat op de onderste pannenrij geen gewone panhaken kunnen worden gemonteerd.
“Kan de deskundige aangeven of uit het dossier of uit nader onderzoek is gebleken dat [appellant] tijdens de uitvoering van het werk voldoende controle en regie heeft uitgeoefend over en begeleiding heeft gegeven aan het door hem ingehuurde personeel?”Het hof neemt ook deze suggestie niet over, omdat de door OBK genoemde aspecten al besloten liggen in de door het hof voorgestelde vraag 3.
“Voldoen de aan [appellant] ter beschikking gestelde panhaken aan de Ontwerp- en uitvoeringsrichtlijnen voor dakbedekkingsconstructies met betonpannen URL 0179/15?”Eenzelfde voorstel doet OBK voor vraag 6. Het hof neemt deze suggesties niet over. Uiteindelijk gaat het niet om de vraag of de ter beschikking gestelde panhaken aan bepaalde normen voldoen, maar of panhaken met de juiste afmetingen zijn overhandigd aan [appellant] . De tekstuele aanpassing van de laatste zin van vraag 5 zal het hof van OBK overnemen.
“Is de hart-op-hart-afstand van deze panlatten correct?”) te schrappen, omdat niet duidelijk zou zijn wat daarmee wordt bedoeld, neemt het hof niet over. Het hof acht van belang dat wordt onderzocht of de panlatten op zodanige afstand van elkaar waren aangebracht, dat [appellant] met de hem ter beschikking gestelde panhaken de pannen stevig kon verankeren.
“Zou het gebruik van de gebruikte panlatten en panhaken tot een correcte verandering hebben geleid, wanneer door [appellant] minimaal dambordsgewijs zou zijn verankerd?”) neemt het hof niet over. De vraag is enerzijds sturend, omdat zij suggereert dat zou vaststaan dat [appellant] niet minimaal dambordsgewijs zou hebben verankerd, terwijl dat tussen partijen in geschil is. Zij is anderzijds overbodig, omdat de daaraan voorafgaande vragen al het onderwerp aan de orde stellen of [appellant] de pannen goed en deugdelijk heeft gelegd op de daken.
3.De beslissing
OBK moet het voorschot betalen.
Leidraad deskundige in civiele zakenvolgen die is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.