Uitspraak
mr. M. Rotgans, is aangedragen.
- verdachte in de zaak met parketnummer 16-098562-24 vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde (verkrachting) en veroordeeld voor het onder 1 subsidiair tenlastegelegde (gemeenschap met wilsonbekwame);
- verdachte in de zaak met parketnummer 16-041167-25 veroordeeld voor het tenlastegelegde (heimelijk afbeeldingen van seksuele aard maken en houden);
- aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 20 maanden;
- de vorderingen van de benadeelde partij [benadeelde] gedeeltelijk toegewezen,
- de harddisk verbeurd verklaard.
subsidiair
hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met
3 november 2021 te [gemeente] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk van
[benadeelde] één of meerdere afbeeldingen van seksuele aard, te weten 148 foto's en/of
47 filmpjes, waarop het kruis en/of de billen van die [benadeelde] te zien zijn, heeft vervaardigd.
hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met
3 november 2021 te [gemeente] , althans in Nederland, de beschikking heeft gehad over één of meerdere afbeeldingen van seksuele aard van [benadeelde] , te weten 148 foto's en/of 47 filmpjes, waarop het kruis en/of de billen van die [benadeelde] te zien zijn, terwijl hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze afbeeldingen opzettelijk en wederrechtelijk waren vervaardigd.
Standpunten van de procespartijen
Standpunt van de advocaat-generaal
Standpunt van de verdediging
9 februari 2021 zijn penis in haar vagina heeft gebracht. In zijn algemeenheid kan worden aangenomen dat expliciete toestemming of instemming van het slachtoffer een rechtvaardigende uitzondering op strafbaarheid van de dader is, aldus de raadsman.
2.Oordeel van het hof
voor zover inhoudend:
BVH-nummer 2021316632 en 2023094178, inhoudende als verklaring van aangeefster
[benadeelde] :
BVH-nummer 2021316632 en 2023094178, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
12 februari 2025, los bijgevoegd met documentcode 20539180, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] :
5 maart 2024, opgenomen op pagina 38 e.v. van het dossier van Politie Midden-Nederland met BVH-nummer 2021316632 en 2023094178, inhoudende als verklaring van getuige
[getuige] :
Bij een (deels) ontkennende verdachte, brengt dit in veel gevallen mee dat de verklaring van het vermeende slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is. Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet worden aangenomen op grond van enkel de verklaring van het vermeende slachtoffer. Steunbewijs kan ertoe leiden dat toch een bewezenverklaring kan volgen. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de ten laste gelegde handelingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van het slachtoffer, als die betrouwbaar wordt bevonden, op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring (slachtoffer) heeft afgelegd.
Daarbij zijn de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht van belang. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard (Vgl. PHR 7 oktober 2025, ECLI:NL:PHR:2025:1082).
9 februari 2021, over wat er op 9 februari 2021 is gebeurd en over de periode daarna.
Het dossier bevat op essentiële onderdelen steunbewijs voor de verklaring van aangeefster. Zo heeft aangeefster op 10 februari 2021, en dus vlak na het incident, contact opgenomen met de woningbouwvereniging om het slot van de slaapkamerdeur te laten maken.
Dit gedrag past naar het oordeel van het hof niet bij het door verdachte geschetste beeld van een situatie waarin sprake zou zijn geweest van een relatie, wederzijdse instemming voor seks of een voor beiden gebruikelijke seksuele omgang. Dat aangeefster het slot heeft laten repareren sluit juist aan bij de verklaring van aangeefster dat de seksuele handelingen tegen haar wil gebeurden. Verder vindt het hof steun voor de verklaring van aangeefster dat de relatie in januari 2021 was beëindigd in het telefoongesprek tussen verdachte en haar op
3 november 2021. Het hof stelt vast dat verdachte de beëindiging van de relatie in januari 2021 tijdens het telefoongesprek niet uitdrukkelijk heeft betwist op het moment dat aangeefster dit stelde. De verklaring van aangeefster vindt bovendien steun in de getuigenverklaring van (toenmalige) vriendin [getuige] . Zo heeft getuige [getuige] verklaard dat aangeefster haar overstuur appte na het incident op 9 februari 2021 en was er volgens getuige [getuige] geen reden meer voor verdachte om die dag in de slaapkamer van aangeefster te zijn en seksuele handelingen met haar te verrichten, omdat de relatie tussen beiden was beëindigd. De manier waarop aangeefster na het incident contact heeft gezocht met getuige [getuige] past niet bij de lezing van verdachte en laat zien dat aangeefster zich onveilig voelde. Het hof ziet, gelet op bovenstaande overweging, geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van aangeefster en is dan ook van oordeel dat haar verklaring als uitgangspunt kan dienen bij de verdere beoordeling van het tenlastegelegde.
Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat aangeefster zich bewust was van de seksuele handelingen die verdachte verrichtte zoals zij die heeft beschreven en dat er daarbij sprake was van het voor dwang vereiste bewustzijn, maar dat aangeefster niet meteen heeft kunnen reageren. Zodra aangeefster daartoe in staat was heeft zij dat wel gedaan en zei ze tegen verdachte “
What the fuck ben je aan het doen?”. Het hof leidt uit bovenstaande omstandigheden af dat verdachte onverhoeds heeft gehandeld en merkt de wijze van handelen aan als ‘door een feitelijkheid dwingen’ in de zin van artikel 242 van Pro het Wetboek van Strafrecht (oud). Het enkele feit dat binnen een eerdere relatie seksuele omgang op een bepaalde wijze al dan niet heeft plaatsgevonden, betekent niet dat verdachte ervan uit mocht gaan dat aangeefster ook na beëindiging van die relatie instemde met seksuele handelingen. Juist nu de relatie was beëindigd, aangeefster duidelijk aan verdachte kenbaar had gemaakt dat zij niets meer van hem wilde en aangeefster lag te slapen, had verdachte alleen mogen uitgaan van haar instemming als zij daar duidelijk, ondubbelzinnig en expliciet van had laten blijken, hetgeen niet het geval is geweest. Gelet op bovengenoemde omstandigheden heeft verdachte bewust het risico aanvaard dat aangeefster tegen haar wil seksuele handelingen onderging.
1 januari 2021 tot en met 3 november 2021 in [gemeente] meerdere afbeeldingen van seksuele aard van [benadeelde] (hierna: aangeefster) heimelijk heeft vervaardigd. Verder wordt verdachte onder 2 verweten dat hij ook de beschikking heeft gehad over deze afbeeldingen van seksuele aard.
Standpunten van de procespartijen
De verdediging heeft geen verweer gevoerd over de bewijsbaarheid van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
2.Oordeel van het hof
voor zover inhoudend:
BVH-nummer 2021316632 en 2023094178, inhoudende als verklaring van aangeefster
[benadeelde] :
26 februari 2024, opgenomen op pagina 84 e.v. van het dossier van Politie Midden-Nederland met BVH-nummer 2021316632 en 2023094178, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] :
hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 3 november 2021 te [gemeente] opzettelijk en wederrechtelijk van [benadeelde] meerdere afbeeldingen van seksuele aard, te weten 148 foto's en 47 filmpjes, waarop het kruis en/of de billen van die [benadeelde] te zien zijn, heeft vervaardigd.
hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 3 november 2021 te [gemeente] de beschikking heeft gehad over meerdere afbeeldingen van seksuele aard van [benadeelde] , te weten 148 foto's en 47 filmpjes, waarop het kruis en/of de billen van die [benadeelde] te zien zijn, terwijl hij, verdachte, wist dat deze afbeeldingen opzettelijk en wederrechtelijk waren vervaardigd.
verkrachting.
het opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een afbeelding van seksuele aard vervaardigen, meermalen gepleegd
de beschikking hebben over een afbeelding van seksuele aard van een persoon, terwijl hij weet dat deze afbeelding opzettelijk en wederrechtelijk is vervaardigd, meermalen gepleegd.
De advocaat-generaal heeft gevorderd om aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden te verbinden dat verdachte geen contact zal opnemen met aangeefster en zich niet zal bevinden op haar woonadres.
Het opleggen van een artikel 38v-maatregel is in deze zaak te vergaand en daarom niet op zijn plaats.
Er was geen enkele reden meer voor verdachte om op deze wijze fysiek contact te zoeken, omdat aangeefster een maand daarvoor een punt achter de relatie had gezet en duidelijk had gemaakt geen seksuele omgang meer met hem te willen. Dit heeft hem er niet van weerhouden om uiting te geven aan zijn eigen seksuele behoeftes. Dat de kinderen van verdachte en aangeefster op dat moment bij hun in bed lagen te slapen, maakt de situatie nog schrijnender. Daarnaast heeft verdachte bij aangeefster thuis stiekem foto’s en filmpjes gemaakt van seksuele aard. Op één van de filmpjes is zelfs te zien dat verdachte zijn penis uit zijn broek haalt en daarmee speelt, waarbij ook hun jonge dochter in beeld is. Dit maakt het handelen van verdachte des te kwalijker. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan strafbare feiten die ernstig inbreuk hebben gemaakt op de lichamelijke integriteit en het veiligheidsgevoel van aangeefster.
Aangeefster ondervindt tot op de dag van de zitting in hoger beroep de negatieve gevolgen van hetgeen verdachte haar heeft aangedaan en heeft hier nog steeds therapie voor nodig. Dit benadrukt de ernst van de feiten, temeer nu deze inmiddels enkele jaren geleden hebben plaatsgevonden.
16-098562-24 vindt zij een bedrag van € 5.000,00 toewijsbaar en in de zaak met parketnummer 16-041167-25 een bedrag van € 2.500,00.
16-041167-25 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
- de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze -direct of indirect- contact zal opnemen, zoeken of hebben met: [benadeelde] , geboren op [geboortedatum] te [gemeente] in Nederland;
- de verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden op of in de directe omgeving van het volgende woonadres: [adres 2] , [postcode] [gemeente] in Nederland.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
- 9 februari 2021 over een bedrag van € 7.500,00;
- 3 november 2021 over een bedrag van € 2.500,00.