Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juli 2021 (pagina’s 4 - 7), voor zover inhoudende het relaas van [verbalisant 1] ;
het hof begrijpt hier steeds: aangeefster [slachtoffer]) op de bank gaan zitten. Mijn dochter vroeg toen of ze kon blijven slapen. Ik zei toen, ja boven op zolder heb ik mijn oude tweepersoons bed staan dus daar kan ze wel slapen. Toen is ze blijven slapen. Ze zijn naar bed gegaan. [betrokkene 1] heeft haar vriendin naar de zolder gebracht en [betrokkene 1] is in haar eigen bed gaan slapen. Dat meisje sliep op zolder.
het hof begrijpt hier steeds: aangeefster [slachtoffer]) had gehad via WhatsApp. Ik zag dat de berichtjes van [slachtoffer] (
het hof begrijpt hier: [slachtoffer]) waren en dat ze mij die berichtjes in de nacht had gestuurd. Maar ik zag ook dat ze de berichtjes had verwijderd. Toen ik in de ochtend wakker werd heb ik gelijk [slachtoffer] [gebeld]. Toen vertelde ze mij wat de vader van onze collega, [betrokkene 1] , had gedaan. Ze vertelde dat ze daar sliep en wakker was geworden omdat hij met zijn vingers in haar zat. Hij zei dat hij het nog een keer wilde proberen. Ze had toen zijn hand weggeduwd. Daarna heeft hij niks meer gedaan. Daarna is hij opgestaan en weggelopen. Daarna heeft [slachtoffer] alle spullen gepakt en is weggegaan. Daarna is [slachtoffer] in het ziekenhuis geweest en bij de politie.
het hof begrijpt hier: aangeefster [slachtoffer]) huilde, dat ze onrustig was en dat ze bang was.
3.De toelichting op het eerste middel
4.Het beoordelingskader
NJ2019/241 m.nt. N. Rozemond, het volgende:
NJ2020/214 m.nt. N. Rozemond, welke zaken inderdaad enige gelijkenis hebben. Daarom bespreek ik hier kort waar het in die zaak om ging. De verdachte uit het arrest uit 2019 verrichtte ontuchtige handelingen met het minderjarige meisje dat op zijn kinderen paste en bij hem in huis overnachtte. Het hof had vastgesteld dat de verdachte de kamer van het slapende slachtoffer binnen is gegaan, hij haar op verschillende plekken heeft betast en hij zichzelf in haar nabijheid heeft afgetrokken. Het slachtoffer is op enig moment wakker geworden van zijn aanrakingen en heeft zich slapende gehouden. De verdediging voerde aan dat de vereiste dwang tot het dulden van de ontuchtige handelingen niet uit de bewijsmiddelen kon blijken. Het hof verwierp dat standpunt en leidde de dwang af uit het heimelijke, onverhoedse karakter van de gedragingen van de verdachte. De Hoge Raad casseerde omdat het oordeel van het hof niet toereikend was gemotiveerd. Daarbij nam de Hoge Raad in aanmerking dat het hof had vastgesteld dat de verdachte zijn handelingen aanvankelijk verrichtte toen het slachtoffer nog sliep, terwijl het hof met betrekking tot de fase waarin zij wakker was en zich slapende hield niet had vastgesteld dat het opzet van de verdachte mede gericht was op het tegen de wil doen ondergaan van ontuchtige handelingen.
5.De bespreking van het eerste middel
6.Het tweede middel
gemaakt, berust dat op een onjuiste lezing van het arrest. Het hof overweegt tenslotte dat het scenario niet aannemelijk is
geworden. Wat betreft de verwerping van het alternatieve scenario: gelet op het feit dat het hof uitgebreid heeft toegelicht waarom het dossier voor dat scenario geen ondersteunend bewijs bevat, terwijl de verklaring van de aangeefster juist wél op meerdere onderdelen door het dossier wordt ondersteund, is die verwerping niet onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd. [14]