Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure
2.De kern van de zaak; feiten en vordering
De fosfaatrechten blijven achter op de pachtgronden van [verweerder] . Mocht [verweerder] de fosfaatrechten willen meenemen naar zijn vervangend bedrijf, dan zullen daarover met de stichting nadere afspraken gemaakt moeten worden en zal er op een marktconforme basis met de stichting moeten worden afgerekend. In dit verband verwijs ik naar de aangehechte bijlagen. Mocht uit jurisprudentie blijken dat de fosfaatrechten aan [verweerder] toekomen, dan vindt er geen verrekening plaats.”
3.De toelichting op de beslissing van het hof
Mocht uit jurisprudentie blijken dat de fosfaatrechten aan [verweerder] toekomen, dan vindt er geen verrekening plaats.” Het gebruik van het woord “mocht” wijst erop dat niet zeker was of dit zich zou voordoen. Zou bedoeld geweest zijn dat pas afgerekend zou worden als jurisprudentie was verschenen, dan had voor de hand gelegen om te zeggen dat afgerekend zou worden zodra jurisprudentie zou zijn verschenen.
geenverrekening plaatsvindt, terwijl eerder in de bepaling al besproken is dat een marktconforme vergoeding zou worden betaald. Deze zin kan dus ook zo uitgelegd worden, dat een door partijen bepaalde marktconforme vergoeding juist niet meer aangepast zou worden als uit jurisprudentie zou volgen dat de Stichting geen aanspraak op fosfaatrechten had. Maar ook als die uitleg niet gevolgd wordt, suggereert de redactie van deze bepaling dat de Stichting voorop stelde dat zij betaald wilde worden en alleen als uit jurisprudentie iets anders zou volgen, zou dat anders worden. In samenhang met de eis dat over een marktconforme vergoeding overeenstemming bereikt zou worden als [verweerder] de fosfaatrechten mee wilde nemen, leidt het hof af dat hiermee een aanpassing achteraf van de marktconforme vergoeding bedoeld is geweest en niet een opschorting van de verbintenis om te betalen.