Uitspraak
1.Vastgoed United Invest B.V. in liquidatie (United)
1.Het verloop van de procedure bij het hof
• een akte uitlating en overlegging producties (met producties) van Invest
• een antwoordakte (met één productie) van Inter c.s.
2.De kern van de zaak
30 juni 2021 rechtsgeldig is opgezegd tegen 1 oktober 2021, dat Invest uiterlijk 11 december 2024 drie woningen aan Inter ter beschikking moet stellen en Inter ruim € 40.000,-, te vermeerderen met handelsrente en buitengerechtelijke kosten moet betalen. De rechtbank heeft bovendien beslist dat Inter € 82.000,- aan Invest moet terugbetalen. De rechtbank heeft de overige vorderingen van partijen afgewezen.
De relevante feiten
[naam5] (hierna: [naam5] ), een ‘raamovereenkomst’ en een ‘complexovereenkomst’ naar
[naam3] gestuurd. In deze overeenkomsten zijn als contractspartijen United en Invest opgenomen. De overeenkomsten bevatten een aantal afspraken die zien op de onder 3.5 bedoelde samenwerking. Onder alle pagina’s van de beide overeenkomsten staan de paraaf of handtekening van [naam4] . [naam3] heeft de door hem te ondertekenen laatste pagina’s van de overeenkomsten diezelfde dag ondertekend en teruggestuurd.
“- Opdrachtgever [hof: United], al dan niet als eigenaar, de zeggenschap heeft over diverse registergoederen voor zover het de exploitatie van die registergoederen betreft (…)- Opdrachtgever aan vastgoedmanager [hof: Invest], zijnde een partij die – onder meer – actief is op het gebied van Vastgoedmanagement, heeft aangegeven dat zij het Vastgoedmanagement van de diverse complexen, wenst uit te besteden en dat Opdrachtgever hiertoe ook bevoegd is”.
In artikel 1 van Pro de raamovereenkomst is vermeld dat United aan Invest de opdracht geeft om het vastgoedmanagement te verrichten van een of meer complexen in de portefeuille van United en dat partijen die opdracht nader zullen uitwerken in een per complex uit te werken complexovereenkomst.
In artikel 3 van Pro de raamovereenkomst is bepaald dat Invest voor haar werkzaamheden een vergoeding ontvangt als omschreven in de complexovereenkomst.
“
Het aan/verkopen, beheren van het vastgoed voor zakelijke en particuliere markt.”
In artikel 3 van Pro de complexovereenkomst wordt voor de berekening van de vergoeding verwezen naar artikel 3 van Pro de raamovereenkomst. Bijlage 2 bij de complexovereenkomst aangeduid met “berekening vergoeding” luidt als volgt:
“
Vastgoed United Invest BV rekent een procentuele vergoeding, variërend per object maar uitgaande van 6% t/m 10% van de aanschafprijs.Vastgoed Invest Beheer BV beheert tegen een procentuele vergoeding.B.V aankoop € 180.000: 10% = 18 000 p/jr: 12 mnd = € 1500 huur P/MND enz.”
In artikel 6 “Lastgeving” van de complexovereenkomst is bepaald dat United aan Invest de last geeft om voor haar rekening (rechts)handelingen te verrichten, voor zover deze in overeenstemming zijn met de raamovereenkomst, de algemene voorwaarden bij de raamovereenkomst en de complexovereenkomst.
“
Vervolgens draagt hij [hof: [naam3] ] het onroerend goed voor het beheer over aan Vastgoed Invest Beheer BV. Vastgoed Invest Beheer BV verhuurt het pand vervolgens aan consumenten. Het pand wordt bijgeschreven in de raamovereenkomst (bijlage 2+bijlage 3) tussen Vastgoed United Invest BV en Vastgoed Invest Beheer BV. Vastgoed Invest Beheer BV betaalt vervolgens een maandelijkse vergoeding per object aan Vastgoed United te [plaats] .
4.4. De beoordeling van het geschil
betaling aan Inter van € 256.871,40 op grond van onverschuldigde betaling en € 40.496,95 wegens huurachterstand. In hoger beroep vordert zij betaling aan Inter van € 272.145,40 op grond van ongerechtvaardigde verrijking, dan wel onrechtmatige daad en € 34.996,95 wegens huurachterstand.
b. dat enkele feit is nog niet beslissend voor de kwalificatie van huurovereenkomst. Beslissend is of in de gegeven omstandigheden, gelet op wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen hadden, de strekking van de overeenkomst van dien aard is dat deze als huurovereenkomst kon worden aangemerkt [2] ;
c. daarvan is geen sprake, gelet op de activiteiten van Invest betreffende de woningen, die bestaan uit beheeractiviteiten, waarvoor zij een (op de huurpenningen ingehouden) vergoeding ontvangt van Inter. De nadruk van de overeenkomst lag dan ook op de door Invest voor Inter verrichte diensten en op de daarvoor door Invest beoogde beloning;
d. tegenover deze aanwijzingen staan verder geen aanwijzingen waaruit volgt dat sprake is van huur in plaats van beheer. Daarbij is van belang dat het ook niet voor de hand ligt dat United zou hebben gekozen voor een huurovereenkomst, gelet op de nadelen van een dergelijke overeenkomst voor haar.
Bij dit oordeel heeft de rechtbank geen rekening gehouden met de onder 3.6 vermelde contracten, omdat [naam4] heeft ontkend dat hij de handtekening, die weliswaar de zijne is, onder de contracten heeft geplaatst.
zij maandelijks een bedrag (€ 5.500,-) aan Inter (en eerder aan United) overmaakte met als omschrijving ‘huur’, dat zij vergunningen van de gemeente [plaats] heeft gekregen voor de ‘verkamering’ van de woningen, dat destijds met United een hoog rendement (10% van het aankoopbedrag) voor United is afgesproken en dat zij geen beheervergoeding ontvangt, zodat geen sprake is van loon.
- Invest betaalde voor de woningen van [de eigenaren] maandelijks een vergoeding van
€ 5.500,- aan Inter;
- Invest verhuurde de kamers in de woningen op haar eigen naam;
- Invest inde de huur voor de kamers in de woningen;
- Invest nam (in elk geval een deel van de) de onderhoudskosten van de woningen voor haar rekening, net als periodieke kosten, zoalskosten van de nutsbedrijven en het gebruikersdeel van de WOZ-belasting voor de woningen. Per saldo rustte het risico voor de (huur)exploitatie van de woningen dus op Invest. Zij betaalde maandelijks een vast bedrag aan Inter, ongeacht of de woningen (geheel) verhuurd waren, de huurders de huur betaalden en de woningen veel onderhoud nodig hadden. Daar staat tegenover dat een hogere exploitatiewinst (vanwege een volledige bezetting en/of lage onderhoudskosten) ook ten goede kwam van Invest.
Vervolgens geldt dat de boekhouder van Invest een brief heeft opgesteld aan ING-Bank, waarin wordt verwezen naar de beide overeenkomsten, die ook aan de bank zijn verstrekt. Het verweer dat de overeenkomsten niet bij de brief waren gevoegd heeft Invest niet herhaald, nadat Inter c.s. de mailcorrespondentie betreffende het versturen van de brief had overgelegd. De in de brief beschreven contractuele verhouding tussen Invest en United sluit ook aan bij de inhoud van de beide overeenkomsten.
4.17 In de raam- en complexovereenkomst hebben partijen zelf hun overeenkomst gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht, inhoudende dat Invest in opdracht van United (en later Inter) de woningen van United beheert. De hiervoor in 4.10 vastgestelde rechten en verplichtingen van partijen zijn ook te verklaren vanuit het perspectief van zo’n beheerovereenkomst en zouden op zichzelf ook de conclusie kunnen rechtvaardigen dat tussen partijen zo’n overeenkomst bestaat. Het hof wijst er in dit verband op dat de complexovereenkomst, gelet op de bepaling over lastgeving, erin voorziet dat Invest op eigen naam huurovereenkomsten met de bewoners van de woningen sluit en zelf de door de bewoners verschuldigde huur int.
met het verhuren van de kamers in de verschillende woningen wel een boterham [heeft] kunnen verdienen.”
€ 5.500,- correspondeert ook niet met het in bijlage 2 vermelde percentage van 6-10% van de aanschafprijs van de woningen. Invest heeft, op dit punt niet weersproken door Inter c.s., gesteld dat een rendement van 10% van de aanschafprijs van de woningen zou corresponderen met een bedrag van € 4.645,83 per maand, dus ruim € 850,- per maand minder. Inter heeft gedurende de looptijd van de overeenkomst al met al een hoger rendement ontvangen dan partijen bij het sluiten van de overeenkomst voorzagen.
1 oktober 2021 en heeft het beheer van de woningen ook na die datum voortgezet, dus zonder dat daaraan een overeenkomst ten grondslag ligt. Zij heeft vanaf 1 oktober 2021 huurpenningen geïnd zonder dat zij daar recht op had. Door zo te handelen heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens Inter. De schade die Invest daardoor heeft geleden, dient Invest te vergoeden. Die schade kan worden begroot door de situatie waarin Inter nu verkeert te vergelijken met de situatie waarin zij zou hebben verkeerd wanneer Invest het beheer van de woningen vanaf
1 oktober 2021 aan Inter zou hebben overgedragen. In die (fictieve) situatie zou Inter enerzijds de huurpenningen zelf bij de huurders van de (kamers in de) woningen hebben kunnen innen, maar anderzijds ook de kosten (alle vaste lasten en alle onderhoudskosten) hebben moeten dragen en kosten hebben moeten maken voor het beheer van de woningen.
“
Ik weet niets van een buffer. Wij hebben daar niet over gesproken. het geld dat ik van [naam4] kreeg, ging rechtstreeks naar de eigenaar van de woningen.”
4.30 De conclusie is dan ook dat de vordering van Invest tot (terug)betaling van de buffer niet toewijsbaar is. [5]
€ 495.000,- heeft gehad, dus hoger dan waarvan Inter c.s. zijn uitgegaan. Uit door Invest overgelegd informatie van een bankrekening volgt dat zij van 1 oktober 2021 tot en met 20 januari 2026 € 767.780,11 aan inkomsten heeft genoten, dus aanzienlijk meer dan uit de verlies- en winstrekeningen over de jaren 2021 tot en met 2024 volgt wanneer de daarin vermelde bedragen worden geëxtrapoleerd naar een langere periode (tot 20 januari 2026). Het door Invest overgelegde overzicht van kosten en winst per adres is voor het hof onnavolgbaar, alleen al omdat voor slechts één pand ( [adres1] ) is uitgewerkt wat de huurinkomsten per jaar zijn geweest. Een dergelijk overzicht ontbreekt voor de andere twee woningen.
€ 2.450,- exclusief btw. Het hof zal met dit bedrag rekening houden.
€ 66.029,62 -/- € 38.850,- -/- € 2.450,- = € 281.170,38 hebben genoten.
De conclusie
5.De beslissing
€ 4.746,25 voor het hoger beroep van Inter c.s.;