Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kantonrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift, ingekomen op 15 juli 2025;
- een brief namens Z&H Bewind van 5 september 2025;
- een bericht namens Z&H Bewind van 30 april 2026.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 20 januari 2020 werd door de kantonrechter een bewind ingesteld over de goederen van de rechthebbende vanwege diens geestelijke of lichamelijke toestand. Z&H Bewind werd als bewindvoerder benoemd, maar op 18 april 2025 ambtshalve ontslagen wegens achterstanden en onvoldoende functioneren. Licht Twee werd benoemd als opvolgend bewindvoerder.
Z&H Bewind ging in hoger beroep tegen het ontslag en de vergoedingsbeslissingen. Zij betwistte het disfunctioneren en stelde dat zij onvoldoende tijd had gekregen om verbeteringen door te voeren. Het hof oordeelde dat er gewichtige redenen waren voor het ontslag, waaronder het niet tijdig aanleveren van jaarrekeningen, onvoldoende reactie op verzoeken van het Landelijk Kwaliteitsbureau en klachten over nalatigheid.
Het hof bekrachtigde het ontslag en de beslissing dat Z&H Bewind geen vergoeding krijgt voor het opmaken van de eindrekening. Wel vernietigde het hof het deel van de beschikking dat Z&H Bewind verplichtte de vergoeding voor aanvangswerkzaamheden van Licht Twee te betalen, en bepaalde dat deze kosten voor rekening van de rechthebbende komen.
De uitspraak bevestigt het belang van adequaat toezicht en tijdige uitvoering van bewindvoeringstaken en volgt recente jurisprudentie over vergoedingen bij ambtshalve ontslag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ambtshalve ontslag van Z&H Bewind en bepaalt dat de vergoeding voor aanvangswerkzaamheden door Licht Twee aan de rechthebbende mag worden gefactureerd.