Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kantonrechter
4.De procedure bij het hof
- het beroepschrift, ingekomen op 15 juli 2025;
- een brief namens Z&H Bewind van 5 september 2025;
- een bericht namens Z&H Bewind van 30 april 2026.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Op 30 augustus 2018 werd een bewind ingesteld over de goederen van de rechthebbende vanwege verkwisting en problematische schulden. In 2021 werd de grondslag gewijzigd naar bewind vanwege geestelijke of lichamelijke toestand. De kantonrechter ontsloeg Z&H Bewind ambtshalve als bewindvoerder per 1 mei 2025 en benoemde Licht Twee als opvolgend bewindvoerder.
Z&H Bewind ging in hoger beroep tegen het ontslag en de vergoedingsbeslissingen. Zij betwistte het disfunctioneren en stelde dat zij onvoldoende tijd had gekregen om te verbeteren. Het hof oordeelde dat er gewichtige redenen waren voor ontslag, waaronder achterstanden in dossiers, onvoldoende reactie op verzoeken van het Landelijk Kwaliteitsbureau en onvoldoende concrete verbeterplannen.
Het hof bekrachtigde het ontslag en de beslissing dat Z&H Bewind geen vergoeding krijgt voor het opmaken van de eindrekening. De verplichting voor Z&H Bewind om de vergoeding voor aanvangswerkzaamheden van Licht Twee te betalen werd echter vernietigd. Het hof bepaalde dat Licht Twee deze vergoeding rechtstreeks aan de rechthebbende mag factureren.
De beslissing weerspiegelt het belang van adequaat toezicht en kwaliteit in bewindvoering, waarbij de belangen van de rechthebbende centraal staan. Z&H Bewind blijft erkend als niet geschikt als bewindvoerder, maar wordt niet financieel belast voor de aanvangswerkzaamheden van de opvolger.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ambtshalve ontslag van Z&H Bewind als bewindvoerder en vernietigt de verplichting tot vergoeding van aanvangswerkzaamheden door Z&H Bewind.