Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak en vorderde vergoeding van de kosten voor een taxatierapport. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde ambtshalve verlaagd, waarna belanghebbende het beroep voortzette voor vergoeding van proceskosten en taxatiekosten. De Rechtbank kende een vergoeding toe van €651,85.
In hoger beroep betwistte de heffingsambtenaar de redelijkheid van de taxatiekosten en stelde dat het rapport geen deskundigenverslag was. Het Hof oordeelde dat het taxatierapport wel degelijk een deskundigenverslag is en dat belanghebbende redelijkerwijs kosten mocht maken. De hoogte van de vergoeding werd echter aangepast omdat de factuur niet onder marktomstandigheden tot stand was gekomen en de Richtlijn voor vergoeding niet passend was.
Het Hof stelde de vergoeding vast op een half uur tegen €59 per uur plus 21% btw, afgerond €35,70, en wees het hoger beroep van belanghebbende af. Het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar werd deels gegrond verklaard. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld in proceskosten voor de hogerberoepsfase.