ECLI:NL:HR:2025:661
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding taxatierapport bij WOZ-taxatie en toepassing Richtlijn belastingkamers
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2022, waarbij hij een taxatierapport overlegde met een lagere waarde dan de gemeente had vastgesteld. De heffingsambtenaar erkende de lagere waarde en kende een vergoeding voor rechtsbijstand toe, maar niet voor het taxatierapport.
De rechtbank kende een vergoeding toe op basis van een half uur tegen het uurtarief van €53 volgens de Richtlijn van de belastingkamers. Het hof stelde deze vergoeding echter vast op tien minuten tijdsbesteding, omdat het taxatierapport grotendeels met software was gegenereerd en weinig controle vergde.
Belanghebbende stelde dat het hof de Richtlijn niet juist toepaste en dat de vergoeding hoger had moeten zijn. De Hoge Raad oordeelde dat de Richtlijn geen recht is in de zin van artikel 79 Wet Pro RO en dat het hof niet verplicht is deze te volgen of te motiveren bij afwijking. Het hof heeft de vergoeding voldoende gemotiveerd vastgesteld op basis van de feitelijke tijdsbesteding.
Verder werd geklaagd over de behandeling door een enkelvoudige kamer zonder overleg, maar de Hoge Raad bevestigde dat dit binnen de bevoegdheid van de meervoudige kamer valt en geen motivering behoeft.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de vergoeding van tien minuten tijdsbesteding voor het taxatierapport.