Belanghebbende was het niet eens met de WOZ-waarde van zijn onroerende zaak en liet een taxatierapport opstellen. De heffingsambtenaar verlaagde de waarde ambtshalve, waarna belanghebbende het beroep voortzette voor vergoeding van proceskosten en taxatiekosten. De Rechtbank kende een vergoeding van € 651,85 toe.
In hoger beroep betwistte de heffingsambtenaar de redelijkheid van de taxatiekosten en stelde dat het rapport geen deskundigenverslag was. Het Hof oordeelde dat het rapport wel degelijk als deskundigenverslag kan worden aangemerkt en dat het redelijk was dat belanghebbende kosten maakte voor het opstellen ervan. De hoogte van de vergoeding werd echter niet vastgesteld op basis van de factuur, omdat deze niet onder marktomstandigheden tot stand was gekomen.
Het Hof verwierp de toepassing van de Richtlijn van de belastingkamers die uitgaat van 2 uur tijdsbesteding, omdat het taxatierapport grotendeels geautomatiseerd tot stand komt. De werkelijke tijdsbesteding werd geschat op een half uur, waartegenover een uurtarief van € 59 werd gesteld. De vergoeding werd daarom vastgesteld op € 35,70 inclusief btw. Het Hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep, en wees een aanvullende vergoeding toe voor de kosten van het incidentele hoger beroep.