Uitspraak
1.[appellant] en
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- een akte van [appellanten]
- een akte van Daandels
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 29 april 2026 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
- een douche en wc (met een voorziening om afvoer door de aanwezige smalle buis mogelijk te maken) zijn geplaatst in een al bestaande “natte cel”;
- een keukenblokje zonder kookplaat, stromend water of afvoer is geplaatst in de ruimte ernaast en
- een gipswand is verwijderd om een grotere ruimte te creëren.
De oorzaak voor het ontstaan van die brand kon niet meer met enige zekerheid worden vastgesteld”. Ook overigens is de oorzaak van de brand niet concreet toegelicht of onderbouwd. Er zijn ook te weinig concrete handvatten aangereikt in hetgeen [appellanten] hierover heeft aangevoerd, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting op dit punt door Daandels, om tot nadere bewijslevering te komen.
derden. Anders dan [appellanten] voorstaat leest ook het hof deze bepaling van de huurovereenkomst zo dat bewoning door meer dan één “derde” toegestaan is en blijkt onder meer uit de mededelingen van [appellant] zelf ook dat [appellanten] in het verleden in die geest heeft gehandeld. Of de derden via één of meer huurovereenkomsten onderhuren, is in dit verband niet relevant. Het bewijsaanbod dat ten aanzien van de bovenverdieping en de zolderetage twee aparte onderhuurovereenkomsten bestonden, passeert het hof dan ook.