Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 10 juni 2026 is gehouden, en de daarin genoemde nader ingediende producties
- nagezonden ontbrekende producties 8 en 9 van Achmea (bij conclusie na enquête) en beter leesbare eerste bladzijde van productie 4 in hoger beroep van [geïntimeerde] (echter nog steeds niet goed leesbaar)
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
- De bestreden vonnissen worden vernietigd;
- De toegewezen vorderingen van [geïntimeerde] zullen alsnog worden afgewezen;
- De vorderingen van Achmea, inclusief de vermeerdering daarvan in hoger beroep, zullen worden toegewezen, met dien verstande dat de wettelijke rente niet eerder toewijsbaar is dan vanaf de datum waartegen die wordt toegewezen;
- De restitutievordering van Achmea (terugbetaling van wat op grond van het vonnis is betaald, vermeerderd met wettelijke rente) is toewijsbaar;
- [geïntimeerde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure bij de rechtbank en die in hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening.