ECLI:NL:GHARL:2026:606

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
21-001181-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 22c SrArt. 22d SrArt. 47 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijspraak en taakstraf voor opzetheling

Verdachte stelde hoger beroep in tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland waarin hij was vrijgesproken van meerdere tenlastegelegde feiten. Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep was gericht tegen de vrijspraak, omdat hoger beroep tegen vrijspraak niet mogelijk is.

Het hof vernietigde het vonnis voor zover het in hoger beroep aan de orde was en deed opnieuw recht. Verdachte werd vrijgesproken van de primaire tenlasteleggingen, waaronder diefstal en gewoonteheling, vanwege onvoldoende bewijs. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan opzetheling van een Fiat 500, waarbij hij het goed voorhanden had terwijl hij wist dat het door misdrijf verkregen was.

De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de professionele werkwijze, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Het hof legde een taakstraf van 160 uur op, met aftrek van het voorarrest, waardoor verdachte zijn straf feitelijk heeft ondergaan.

De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de gevorderde schade niet rechtstreeks verband hield met de bewezenverklaarde heling. De partijen dragen ieder hun eigen kosten.

Uitkomst: Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen vrijspraak, veroordeeld tot taakstraf van 160 uur wegens opzetheling.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001181-20
Uitspraakdatum: 2 februari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem -Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem , gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 24 februari 2020 met parketnummer 05-720111-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1966 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 24 februari 2020.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 22 januari 2022 en 19 januari 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.P.A. van Schaik, hebben aangevoerd.

Omvang van het hoger beroep

Verdachte is door de rechtbank Gelderland vrijgesproken van het onder 3 primair en 3subsidiair ten laste gelegde. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Verdachte kan tegen een beslissing tot vrijspraak geen hoger beroep instellen.
Het hof verklaart verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte voor twee gevallen van het medeplegen van opzetheling veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden met aftrek van het voorarrest.
Het hof komt tot een andere beslissing over het bewijs dan de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis voor zover in hoger beroep nog aan de orde en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging, voor zover in hoger beroep nog aan de orde

Op de zitting bij de rechtbank is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1. primair
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een auto, merk Fiat, type 500 cabrio, kleur wit ( [kenteken 1] ) (aangifte pag. 1173 PV), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde] , heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om zich deze wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen auto voornoemd onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten elektronica waarmede de centrale deurvergrendeling kan worden ontgrendeld);
1. subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats 2] , [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een auto, merk Fiat type 500 cabrio, kleur wit( [kenteken 1] ) (aangifte pag. 1173 PV) heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2. primair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de pleegperiode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018, te [plaats 2] , [gemeente] , in het [arrondissement] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft/hebben gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in na te noemen periode (s), (telkens) na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, te weten:
1. een BMW, type 1, [kenteken 2] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1182) in of omstreeks de periode van 3 november 2017 tot en met 15 maart 2018 en/of
2. een Fiat, type 500, [kenteken 3] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1187) in of omstreeks de periode van 3 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
3. een Volkswagen, type Transporter, [kenteken 4] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bedrijfs)auto (aangifte pag. 1191) in of omstreeks de periode van 10 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
4. een Volkswagen, type Golf GTD, [kenteken 5] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1195 ) in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 15 maart 2018 en/of
5. een Volkswagen, type Polo, [kenteken 6] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1199) in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 15 maart 2018 en/of
6. een Fiat, type 500, [kenteken 7] en/of een of meer onderde(e)l(en) (te weten 76 (zesenzeventig)) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1204) in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
7. een Volkswagen, type Touran, [kenteken 8] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1212 ) in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 en/of
8. een Volkswagen, type T5 Multivan, [kenteken 9] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bestel)auto (aangifte pag. 1220) en/of in of omstreeks de periode van 13 september 2015 tot en met 15 maart 2018;
2. subsidiair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats 2] , [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, na te noemen goederen, in na te noemen periode(s), te weten:
1. een BMW, type 1, [kenteken 2] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1182) in of omstreeks de periode van 3 november 2017 tot en met 15 maart 2018 en/of
2. een Fiat, type 500, [kenteken 3] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1187) in of omstreeks de periode van 3 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
3. een Volkswagen, type Transporter, [kenteken 4] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bedrijfs)auto (aangifte pag. 1191) in of omstreeks de periode van 10 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
4. een Volkswagen, type Golf GTD, [kenteken 5] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1195 ) in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 15 maart 2018 en/of
5. een Volkswagen, type Polo, [kenteken 6] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1199) in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 15 maart 2018 en/of
6. een Fiat, type 500, [kenteken 7] en/of een of meer onderde(e)l(en) (te weten 76 (zesenzeventig)) van deze (personen)auto (aangifte pag.1204) in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
7. een Volkswagen, type Touran, [kenteken 8] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1212 ) in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 en/of
8. een Volkswagen, type T5 Multivan, [kenteken 9] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bestel)auto (aangifte pag. 1220) en/of in of omstreeks de periode van 13 september 2015 tot en met 15 maart 2018,
heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde opzetheling van de Fiat 500 met [kenteken 1] en de onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde opzetheling, voor zover het betreft de BMW met [kenteken 2] en de Fiat 500 met [kenteken 7] .
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken.
Het oordeel van het hof

Vrijspraak feit 1, primair, feit 2 primair en subsidiair

Het hof heeft uit het onderzoek op de zitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging gekregen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan. Daarom spreekt het hof verdachte daarvan vrij. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Diefstal Fiat 500 met [kenteken 1] (feit 1 primair)
Het hof is met de rechtbank en de advocaat-generaal van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal van de Fiat 500, met [kenteken 1] . Niemand heeft gezien wie de Fiat heeft weggenomen in de nacht van 14 en 15 maart 2018. Op 15 maart 2018 is de auto gesignaleerd in [plaats 3] en is er een baken onder de auto geplaatst, waardoor de auto kon worden gevolgd naar de loods van [medeverdachte] in [plaats 2] . Niet is echter vastgesteld wie er in de Fiat zat(en) toen deze bij de loods aankwam en evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte op dat moment al in de loods was. Onder deze omstandigheden kan niet worden bewezen dat verdachte zich, al dan niet met (een) ander(en) schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair tenlastegelegde. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
(Opzet)heling Fiat 500 met [kenteken 7] (feit 2)
Hoewel vaststaat dat deze auto in de nacht van 14 en 15 maart 2018 is weggenomen en op 15 maart 2018 is ontmanteld en de onderdelen van deze auto op een pallet zijn gezet die in de loods van [medeverdachte] is aangetroffen, kan het hof op basis van het dossier niet vaststellen of verdachte daarbij betrokken is geweest. Zowel de mastgegevens als de camerabeelden geven onvoldoende uitsluitsel over zijn aanwezigheid in de loods in die periode.
Het hof is daarom, anders dan de advocaat-generaal en de rechtbank, van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokkene is geweest bij de (opzet)heling van de Fiat 500 met [kenteken 7] .
(Opzet)heling overige tenlastegelegde goederen (feit 2)
Het hof stelt vast dat in de loods nog veel meer auto’s en auto-onderdelen zijn aangetroffen waarnaar onderzoek is verricht. Hieruit is naar voren gekomen dat deze auto’s en auto-onderdelen van diefstal afkomstig waren. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat er ten aanzien van verdachte geen bewijs voorhanden is dat hij in de loods van [medeverdachte] aanwezig is geweest en de gestolen auto’s en auto-onderdelen voorhanden heeft gehad.
Om bovengenoemde redenen zal verdachte integraal worden vrijgesproken van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde.

Bewijsoverweging feit 1, subsidiair

Verdachte heeft aangevoerd dat vrijspraak moet volgen. Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de betrokkenheid van verdachte bij dit feit. Daarbij weegt zwaar mee dat de auto naar de loods van [medeverdachte] is gereden en waarbij binnen een zeer kort tijdsbestek en in aanwezigheid van verdachte na het binnenrijden in die loods de kentekenplaten van de auto al verwijderd waren. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. subsidiair
hij
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats 2] , [gemeente] ,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,een goed, te weten een auto, merk Fiat type 500 cabrio, kleur wit ( [kenteken 1] )
(aangifte pag. 1173 PV) heeft/hebben verworven,voorhanden heeft gehad
en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader
(s
)ten tijde van
de verwerving ofhet voorhanden krijgen van dit goed wist
(en
),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde is strafbaar en levert op
medeplegen van opzetheling.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 96 dagen met aftrek van het voorarrest. Vanwege het tijdsverloop komt de advocaat-generaal tot het vorderen van een gevangenisstraf die gelijk is aan het door verdachte ondergane voorarrest.
Dit betekent dat verdachte zijn straf al volledig heeft ondergaan.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht bij het opleggen van de straf rekening te houden met het tijdsverloop en de gewijzigde persoonlijke omstandigheden door aan verdachte, gelet op de periode van 96 dagen die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, een taakstraf op te leggen waardoor voor verdachte geen straf meer resteert.
Het oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan opzetheling van een personenauto. Door dit handelen heeft verdachte de eigenaar van de auto schade toegebracht en overlast bezorgd. Daarnaast heeft hij bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. De snelheid waarmee verdachte en zijn mededaders hebben gehandeld, duidt op een geraffineerde en professionele werkwijze. Dit neemt het hof verdachte kwalijk.
Het hof neemt bij de strafoplegging de binnen de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting voor feiten als deze in aanmerking. Voor (opzet)heling zijn echter geen oriëntatiepunten voorhanden. De rechtbank heeft aan verdachte een gevangenisstraf opgelegd van zeven maanden met aftrek van het voorarrest. Het hof stelt voorop dat deze straf in beginsel passend is, maar ziet in deze zaak concrete aanleiding om hiervan af te wijken.
Om te beginnen houdt het hof in strafverminderende zin rekening met de bewezenverklaring van ‘slechts’ één geval van opzetheling, de ouderdom van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte (in het bijzonder zijn huidige medische situatie), zoals die het hof op de zitting in hoger beroep zijn gebleken.
Daarnaast stelt het hof vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep fors is overschreden. Op 4 maart 2020 heeft de verdachte hoger beroep ingesteld, waarna op 19 januari 2022 het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is aangevangen. Het arrest van het hof wordt op 2 februari 2026 uitgesproken.
Gelet op het voorgaande acht het hof het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer op zijn plaats en zal daarom aan verdachte opleggen een taakstraf voor de duur van 160 uren, te vervangen door tachtig dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest, in die zin dat voor elke dag voorarrest er twee uren aftrek op de taakstraf plaatsvindt en voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dat betekent dat verdachte zijn straf al volledig heeft ondergaan.

Vordering van de [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.178,50 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen tot een bedrag van € 178,50. De benadeelde partij heeft in hoger beroep niet aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof kan daarom alleen een beslissing nemen over de gevorderde schadevergoeding voor het deel dat door de rechtbank is toegewezen.
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen conform de beslissing van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat een heler niet civielrechtelijk verantwoordelijk kan zijn voor de uit de auto gestolen spullen, zoals de kinderstoel en het stuurslot. Wat betreft de reiskosten refereert de raadsman zich aan het oordeel van het hof.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de gevorderde schadeposten niet rechtstreeks in verband staan met de heling, maar met de diefstal van de auto. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De partijen zullen ieder hun eigen kosten dragen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 63 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover in hoger beroep aan het hof voorgelegd en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
80 (tachtig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de [benadeelde]

Verklaart de [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
De partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Dit arrest is gewezen door mr. A.H. Garos, mr. R.W.E. van Leuken en mr. L.A. Kjellevold, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 februari 2026.