ECLI:NL:GHARL:2026:607

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
21-001241-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: niet-ontvankelijkheid vervolging wegens verjaring en strafoplegging voor gewoonteheling en witwassen

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland is het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard voor het derde feit wegens verjaring. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en doet opnieuw recht.

Verdachte is bewezenverklaard van het maken van een gewoonte van opzetheling en witwassen van meerdere voertuigen en onderdelen in de periode van 2015 tot 2018. De feiten betreffen het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van door misdrijf verkregen goederen, waaronder diverse auto’s en auto-onderdelen. Daarnaast is bewezenverklaard dat verdachte in de uitoefening van zijn bedrijf niet onverwijld aantekening hield van alle verworven goederen.

Het hof legt een gevangenisstraf van twee weken op met aftrek van voorarrest en een taakstraf van 200 uren, mede vanwege de overschrijding van de redelijke termijn. De Volkswagen Caddy die in beslag was genomen wordt onttrokken aan het verkeer. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks verband met de bewezenverklaarde feiten.

Uitkomst: Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring; verdachte veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf en 200 uur taakstraf voor gewoonteheling en witwassen.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001241-20
Uitspraakdatum: 2 februari 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 24 februari 2020 met parketnummer 05-720112-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] ,
wonende [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland van 24 februari 2020.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 22 januari 2022 en 19 januari 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.C. Jonge Vos, hebben aangevoerd.

Het vonnis

De rechtbank heeft verdachte voor een gewoonte maken van opzetheling, witwassen en het als handelaar in gebruikte en ongeregelde goederen en auto’s niet onverwijld aantekening houden van alle door hem verworven goederen in het door hem gehouden register, veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van het voorarrest.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing dan de rechtbank Gelderland. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Op de zitting bij de rechtbank Gelderland is de tenlastelegging gewijzigd. Aan verdachte is na deze wijziging ten laste gelegd dat:
1. primair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de pleegperiode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018, te [plaats] in het [arrondissement] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft/hebben gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in na te noemen periode(s), (telkens) na te melden goederen verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij/zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen (telkens) wist(en) dat het door misdrijf verkregen goed(eren) betrof, te weten:
1. een Fiat, type 500 Cabrio, [kenteken 1] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1173) in de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland, en/of
2. een BMW, type 1, [kenteken 2] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1182) in of omstreeks de periode van 3 november 2017 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
3. een Fiat, type 500, [kenteken 3] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1187) in of omstreeks de periode van 3 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
4. een Volkswagen, type Transporter, [kenteken 4] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bedrijfs)auto (aangifte pag. 1191) in of omstreeks de periode van 10 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
5. een Volkswagen, type Golf GTD, [kenteken 5] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1195 ) in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
6. een Volkswagen, type Polo, [kenteken 6] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1199) in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
7. een Fiat, type 500, [kenteken 7] en/of een of meer onderde(e)l(en) (te weten 76 (zesenzeventig)) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1204) in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
8. een Volkswagen, type Touran, [kenteken 8] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1212) in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
9. een Volkswagen, type T5 Multivan, [kenteken 9] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bestel)auto (aangifte pag. 1220) en/of in of omstreeks de periode van 13 september 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland;
1. subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de pleegperiode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, in na te melden periode(s), na te melden, goed(eren), te weten:
1. een Fiat, type 500 Cabrio, [kenteken 1] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1173)in de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
2. een BMW, type 1, [kenteken 2] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1182) in of omstreeks de periode van 3 november 2017 tot en met 15 maart 2018 en/of
3. een Fiat, type 500, [kenteken 3] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1187) in of omstreeks de periode van 3 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
4. een Volkswagen, type Transporter, [kenteken 4] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bedrijfs)auto (aangifte pag. 1191) in of omstreeks de periode van 10 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
5. een Volkswagen, type Golf GTD, [kenteken 5] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1195) in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 15 maart 2018 en/of
6. een Volkswagen, type Polo, [kenteken 6] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1199) in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 15 maart 2018 en/of
7. een Fiat, type 500, [kenteken 7] en/of een of meer onderde(e)l(en) (te weten 76 (zesenzeventig)) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1204) in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 en/of
8. een Volkswagen, type Touran, [kenteken 8] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1212) in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 en/of
9. een Volkswagen, type T5 Multivan, [kenteken 9] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bestel)auto (aangifte pag. 1220) in of omstreeks de periode van 13 september 2015,
heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
2. primair
hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018, te [plaats] , [gemeente] ,, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten een motorblok, merk Volkswagen (zie pag. 780/798 PV) en/of twee (twee) airbags (zie pag. 780 PV), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op (een) voorwerp(en), te weten een motorblok, merk Volkswagen (zie pag. 798 PV) en/of twee airbags (zie pag. 780 PV), was/waren, en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie (een) voorwerp(en), te weten een motorblok, merk Volkswagen (zie pag. 798 PV) en/of twee airbags (zie pag. 780 PV) , voorhanden heeft/hebben gehad,
terwijl verdachte en/of zijn medeverdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)ven;
2. subsidiair
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten
- een motorblok, merk Volkswagen (zie pag. 780/798 PV) en/of
- twee airbags (zie pag. 780 PV) heeft/hebben verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
3.
hij, optredende voor [bedrijf] ., een opkoper en handelaar in gebruikte en ongeregelde goederen en/of auto’s (aangewezen bij AMvB d.d. 6 januari 1992, Staatsblad 36), in of omstreeks de periode van 21 oktober 2013 tot en met 15
maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland, in
de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, niet met inachtneming van de bij algemene maatregel van bestuur gestelde regels aantekening heeft gehouden van alle gebruikte en/of ongeregelde goederen die hij dan wel [bedrijf] verworven had dan wel voorhanden had.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van feit 3

De verdachte wordt verdacht van het in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf als handelaar in gebruikte en ongeregelde goederen en auto’s, in het door hem gehouden register, niet onverwijld aantekening houden van alle door hem verworven goederen. Op grond van artikel 437 van Pro het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt deze overtreding bestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden.
Op grond van artikel 70, eerste lid en onder sub 1 Sr vervalt het recht tot strafvordering door verjaring in drie jaren voor alle overtredingen. Dit is voor het onder 3 tenlastegelegde het geval. De termijn van verjaring vangt, op grond van artikel 71 Sr Pro, aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd, dan wel vanaf de datum dat de verjaring door een daad van vervolging is gestuit, zoals bepaald in artikel 72 Sr Pro.
Verdachte is op 24 februari 2020 door de rechtbank Gelderland veroordeeld. Uit de stukken blijkt dat tussen het uitbrengen van de dagvaarding in hoger beroep op 11 november 2021 voor de zitting van 19 januari 2022 en die zitting op 19 januari 2022 en het eerstvolgende moment van stuiting, de oproeping van de verdachte in hoger beroep op 30 oktober 2025 voor de zitting van 19 januari 2025, een periode van meer dan drie jaren is verstreken. Het recht tot strafvervolging is op grond van artikel 70 Sr Pro dan ook komen te vervallen. Het openbaar ministerie zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging.

Bewijsoverweging ten aan zien van de feiten 1 primair en 2 primair

Het hof is van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1. primair
hij op
een ofmeer tijdstip
(pen
)in of omstreeks de pleegperiode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018, te [plaats] in het [arrondissement] ,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,een gewoonte heeft
/hebbengemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft
/hebbenverdachte
en/of zijn medeverdachte(n) in na te noemen periode(s), (telkens
)na te melden goederen
verworven,voorhanden gehad
en/of overgedragen, terwijl hij
/zijten tijde van het
verwerven of hetvoorhanden krijgen van die goederen
(telkens
)wist
(en)dat het door misdrijf verkregen goed
(eren
)betrof, te weten:
1. een Fiat, type 500 Cabrio, [kenteken 1] en
/of een ofmeer onderde
(e)l
(en
)van deze
(personen
)auto
(aangifte pag. 1173) in de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland,en
/of
2. een BMW, type 1, [kenteken 2]
en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto(aangifte pag. 1182) in of omstreeks de periode van 3 november 2017 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederlanden
/of
3.
een Fiat, type 500, [kenteken 3] en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto(aangifte pag. 1187) in of omstreeks de periode van 3 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland en/of
4.
onderdelen vaneen Volkswagen, type Transporter, [kenteken 4]
en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bedrijfs)auto(aangifte pag. 1191) in of omstreeks de periode van 10 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederlanden
/of
5.
een onderdeel vaneen Volkswagen, type Golf GTD, [kenteken 5]
en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1195 ) in of omstreeks de periode van 10 december 2016 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederlanden
/of
6.
onderdelen vaneen Volkswagen, type Polo, [kenteken 6]
en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1199) in of omstreeks de periode van 25 september 2016 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederlanden
/of
7. een
onderdeel van eenFiat, type 500, [kenteken 7]
en/of een of meer onderde(e)l(en) (te weten 76 (zesenzeventig)) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1204) in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederlanden
/of
8. een
onderdeel van eenVolkswagen, type Touran, [kenteken 8]
en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (personen)auto (aangifte pag. 1212 ) in of omstreeks de periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederlanden
/of
9. een
onderdeel van eenVolkswagen, type T5 Multivan, [kenteken 9]
en/of een of meer onderde(e)l(en) van deze (bestel)auto (aangifte pag. 1220) en/of in of omstreeks de periode van 13 september 2015 tot en met 15 maart 2018 te [plaats] , [gemeente] , althans in Nederland;
2. primair
hij in
of omstreeksde periode van 30 maart 2015 tot en met 15 maart 2018, te [plaats] , [gemeente] ,
althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,van een voorwerp, te weten een motorblok, merk Volkswagen
(zie pag. 780/798 PV)en
/oftwee airbags
(zie pag. 780 PV),
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsingheeft
/hebben verborgen en/ofverhuld
en/of heeft/hebben verborgen en/of verhuldwie de rechthebbende
(n)op
(een)voorwerp
(en
), te weten een motorblok, merk Volkswagen
(zie pag. 798 PV)en
/oftwee airbags
(zie pag. 780 PV), was
/waren, en
/ofheeft
/hebbenverborgen
en/of verhuldwie
(een)voorwerp
(en
), te weten een motorblok, merk Volkswagen
(zie pag. 798 PV)en
/oftwee airbags
(zie pag. 780 PV), voorhanden heeft
/hebbengehad, terwijl verdachte
en/of zijn medeverdachte(n)wist
(en),
althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,dat
dat/die voorwerp
(en
)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig
was/waren uit enig
(e)misdrij
(f
)ven.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.
Het onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
witwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tweehonderd uren, te vervangen door honderd dagen hechtenis met aftrek van het voorarrest. Vanwege het tijdsverloop komt de advocaat-generaal niet tot het vorderen van een (voorwaardelijke) gevangenisstraf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf die gelijk is aan de duur van het voorarrest.
Het oordeel van het hof
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gewoonteheling van meerdere auto’s en een grote hoeveelheid auto-onderdelen. De auto’s werden naar zijn loods gereden en gestript. Door dit handelen heeft verdachte de eigenaar van de auto’s schade toegebracht en overlast bezorgd. Daarnaast heeft hij bijgedragen aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen. Verdachte is professioneel te werk gegaan en had daarbij enkel eigen financieel gewin voor ogen. Dit neemt het hof verdachte kwalijk.
Het hof neemt bij de strafoplegging de binnen de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting voor feiten als deze in aanmerking. Voor (opzet)heling zijn echter geen oriëntatiepunten voorhanden. De rechtbank heeft aan verdachte opgelegd een gevangenisstraf van tien maanden met aftrek van het voorarrest. Het hof stelt voorop dat deze straf in beginsel passend is, maar ziet in deze zaak concrete aanleiding om hiervan af te wijken.
Om te beginnen houdt het hof in strafverminderende zin rekening met de ouderdom van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die het hof op de zitting in hoger beroep zijn gebleken.
Daarnaast stelt het hof vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden in hoger beroep fors is overschreden. Op 5 maart 2020 heeft de verdachte hoger beroep ingesteld, waarna op 19 januari 2022 het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is aangevangen. Het arrest van het hof wordt op 2 februari 2026 uitgesproken.
Gelet op het voorgaande legt het hof aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van twee weken met aftrek van voorarrest. Dat betekent dat verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast legt het hof op een taakstraf voor de duur van tweehonderd uren, te vervangen door honderd dagen hechtenis.

Beslag

De Volkswagen Caddy met [kenteken 10] is aangetroffen tijdens het onderzoek naar de door verdachte begane feiten. Het voertuig behoort aan verdachte toe en kan gebruikt worden voor het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten of tot belemmering van de opsporing daarvan. Het hof onttrekt dit voorwerp aan het verkeer omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Vordering van de [benadeelde]

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.178,50 ingediend. De rechtbank heeft dit bedrag toegewezen tot een bedrag van € 178,50. De benadeelde partij heeft in hoger beroep niet aangegeven dat het oorspronkelijke bedrag nog steeds wordt gevorderd. Het hof kan daarom alleen een beslissing nemen over de gevorderde schadevergoeding voor het deel dat door de rechtbank is toegewezen.
Het standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen conform de beslissing van de rechtbank.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de gevorderde schadeposten niet rechtstreeks in verband staan met de heling, maar met de diefstal van de auto. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De partijen zullen ieder hun eigen kosten dragen.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 36d, 57, 63, 417 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het openbaar ministerie ter zake van het onder 3 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- VW Caddy met [kenteken 10] (G1639556).

Vordering van de [benadeelde]

Verklaart de [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
De partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Dit arrest is gewezen door mr. A.H. Garos, mr. R.W.E. van Leuken en mr. L.A. Kjellevold, in aanwezigheid van de griffier mr. M. Klein en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 2 februari 2026.