ECLI:NL:GHARL:2026:631

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 februari 2026
Publicatiedatum
4 februari 2026
Zaaknummer
200.363.461
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62b Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof verwijst civiele zaak wegens familierelatie naar ander gerechtshof

In deze civiele procedure hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vastgesteld dat een van de appellanten een naast familielid is van een raadsheer binnen dit hof.

Vanwege deze familierelatie acht het hof het wenselijk om de zaak door een ander gerechtshof te laten behandelen om belangenverstrengeling en schijn van partijdigheid te voorkomen. Op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie en het Zaaksverdelingsreglement van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt de zaak daarom verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

De beslissing is genomen en openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door de raadsheren J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen. De zaak zal nu verder worden behandeld door het aangewezen gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam vanwege een familierelatie tussen een partij en een raadsheer.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.363.461
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland C/16/580199 / HA ZA 24-435
arrest van 3 februari 2026
in de zaak van

1.[appellant1] ( [A] )

2. [appellante2] ( [B] )
die wonen in [woonplaats]
advocaat: mr. K. Dirlik
en

1.[geïntimeerde1] ( [C] )

die woont in [woonplaats]
2. [geïntimeerde2] B.V. ( [D] )
die is gevestigd in [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam]
advocaat: mr. A.N. Broekhoven

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1
[A] en [B] hebben hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het hof) tegen het vonnis dat de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, op 23 juli 2025 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep
  • het aanbrengen van de zaak bij dit hof door [A] en [B] .
1.2
Het hof beslist vandaag dat de zaak moet worden verwezen en licht dat hierna toe.

2.De toelichting op de beslissing van het hof

2.1
Het hof heeft kennis genomen van het feit dat één persoon van de twee personen die hoger beroep hebben ingesteld een naast familielid is van een raadsheer in dit hof. Daardoor is het hof betrokken bij deze zaak en is het wenselijk dat het hof deze zaak naar een ander gerechtshof verwijst ter verdere behandeling.
2.2
Het hof zal op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie de zaak voor verdere behandeling verwijzen naar het gerechtshof Amsterdam. Dat gerechtshof is voor dit doel aangewezen in het Zaaksverdelingsreglement van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, gepubliceerd in
Staatscourant2014, 11037.

3.3. De beslissing

Het hof:
verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Amsterdam.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en S.C.P. Giesen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
3 februari 2026.