Belanghebbende was het niet eens met de WOZ-beschikking en aanslag onroerendezaakbelasting 2023 en stelde bezwaar en beroep in. Tijdens het hoger beroep werd een compromis gesloten waarbij belanghebbende zijn grieven introk in ruil voor een proceskostenvergoeding van €250 en vergoeding van griffierechten van €143.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij bij het sluiten van het compromis had gedwaald omdat hem was voorgehouden dat de wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding 0,25 zou zijn, terwijl een andere kamer een factor 0,5 hanteerde. Hij wilde het compromis vernietigen wegens dwaling.
Het hof overwoog dat onzekerheid over de hoogte van de vergoeding en het niet-bindende karakter van het richtsnoer proceskostenvergoeding dit niet tot een onjuiste voorstelling van zaken maakt. Bovendien is belanghebbende een professionele procespartij die zijn kansen kan inschatten. Daarom is de dwaling niet aannemelijk gemaakt en blijft het compromis geldig.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank alleen voor zover het de proceskosten betreft, veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €250 aan belanghebbende en tot vergoeding van griffierechten van €143. Er zijn geen overige grieven die bespreking behoeven.