Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[verweerder](de man),
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
24 maart 2025;
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
24 december 2024. Deze grieven beogen het geschil in hoger beroep in volle omvang aan het hof voor te leggen. De vrouw verzoekt de uitspraak van de rechtbank te vernietigen en het verzoek tot echtscheiding alsnog af te wijzen en, zo verstaat het hof, de veroordeling dat de vrouw € 30.900 aan de man dient te betalen, te vernietigen en het inleidende verzoek alsnog af te wijzen.
5.De motivering van de beslissing
De echtscheiding
Het antwoord op de vraag of iemand die wegens een geestelijke stoornis onder curatele staat, bekwaam is een vordering tot echtscheiding in te stellen, is daarvan afhankelijk of betrokkene in staat is zijn of haar wil daaromtrent te bepalen en de betekenis van een zodanige vordering te begrijpen. Wanneer dit het geval is, is er geen reden de 'bijstand' ten processe van een curator of een toeziende curator te verlangen, reeds daarom niet omdat dit een figuur is die de wet niet kent. Wanneer betrokkene niet in staat is zijn of haar wil als voormeld te bepalen, dient de eisende partij in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard; voor vertegenwoordiging door een curator of een toeziend curator is wegens het hoogst persoonlijk karakter van de desbetreffende beslissing geen plaats.” [2]
HBCM LAREN B.V., gevestigd te Laren, beschermingsbewindvoerder/mentor van [verweerder] , verzoeker, nader te noemen "de man" wonende op een geheim te houden adres in Nederland, te dezer zake woonplaats kiezend aan de Zilverparkkade 27, (Postbus 219, 8200 AE) Lelystad, ten kantore van de advocaat mr A.H.H. Nauta, die ten deze tot advocaat wordt gesteld en als zodanig zal optreden”. Het hof is van oordeel dat dit aldus moet worden begrepen dat de man de verzoeker is in het verzoek tot echtscheiding. Dat hij zich vervolgens door zijn bewindvoerder heeft laten vertegenwoordigen maakt dit niet anders. Bovendien bevatte het verzoekschrift niet alleen een verzoek tot echtscheiding maar ook een financiële vordering, waarbij het, gelet op artikel 1:441 BW Pro, tot de taak van de bewindvoerder behoort verzoeker te vertegenwoordigen. Een vertegenwoordiging door de bewindvoerder voor de gehele procedure is mede daarom ook niet onlogisch.
Dhr. woont op dit moment in bij [naam4] en zijn gezin (vrouw en kinderen). Dhr. is gehuwd met de schoonmoeder van [naam4] , geen gelukkig huwelijk. Veilig thuis heeft [naam4] opdracht gegeven om scheiding in gang te zetten op verzoek van dhr. Dit is nog niet in werking gesteld.”
Middels tussenkomst van Veilig Thuis is gebleken dat betrokkene inwoont bij een man die [naam4] wordt genoemd. (…) Tijdens de zitting verklaarde betrokkene dat dhr. [naam4] ( [naam4] ) er op heeft gestaan dat betrokkene zou trouwen met de schoonmoeder van [naam4] omdat hun band dan sterker zou worden. Betrokkene zegt dat hij dat inderdaad met haar getrouwd is, maar dat helemaal niet wilde. Hij denkt dat dit alleen voor de verblijfsvergunning was en daar staat hij niet achter. Betrokkene weet niet met zekerheid te zeggen hoe zijn echtgenote heet; hij denkt [naam5] . Hij geeft aan bang voor haar te zijn omdat zij heel sterk is. (…) Deze beslissing wordt genomen zonder dat de echtgenote van betrokkene is gehoord Gelet op hetgeen betrokkene heeft verklaard over onder meer het onvrijwillig gesloten zijn van het huwelijk en gezien de inschatting van Veilig Thuis dat de betrokkene slachtoffer zal worden van agressie als bekend wordt dat het onderhavige verzoek is gedaan, heeft de kantonrechter daartoe besloten.”
Huwelijk JvH” en vervolgens in de tekst “
Scheiding van [verzoekster]” met een opsomming van de argumenten. In een email van 16 augustus 2024 aan de huidige bewindvoerder heeft hij onder meer verklaard als volgt.
1 januari 2018. Dat betekent dat er een beperkte gemeenschap van goederen geldt tussen partijen.