Uitspraak
1.[appellant]
[appellanten]
[geïntimeerde]
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
indien nodig, vernieuwd (cursivering hof). Volgens [appellanten] was sprake van noodzakelijk herstel (vernieuwing). De rechtbank heeft met verwijzing naar de overgelegde onderzoeksrapporten (waaronder het rapport van [deskundige] , de door de rechtbank benoemde deskundige), geoordeeld dat deze rapporten onvoldoende grond bieden voor de stelling dat herstelwerkzaamheden/vernieuwingen nodig zijn in de zin van artikel 5:65 BW Pro.
onderhoudsmaatregelen betreffen en geen vernieuwing van de fundering. Dit standpunt is door [appellanten] niet eerder aangevoerd. Het hof vat dit op als een nieuwe grief. De zogeheten twee-conclusie-regel brengt mee dat de rechter in beginsel niet behoort te letten op grieven die in een later stadium dan - in dit geval - de memorie van grieven is aangevoerd. Op deze regel zijn uitzonderingen aanvaard, maar niet gesteld of gebleken is dat een van die uitzonderingen van toepassing is. Dit betekent dat het hof aan dit nieuwe argument voorbij zal gaan.
op dit moment er geen twijfel[is]
aan de standzekerheid van de woning.” Ook uit de nadien toegestuurde e-mail van [adviseurs] van 25 november 2025 leidt het hof deze noodzakelijkheid niet af. Daarin schrijft de adviseur van [adviseurs] op de vraag van [appellanten] of het uitgesloten is dat de situatie in een korte tijd ineens fors zou kunnen verergeren, in die zin dat er twijfel over de standvastigheid ontstaat: “
In normale omstandigheden is het bijna uitgesloten dat het ineens fors verergert.” Verder schrijft de adviseur (desgevraagd) dat als de verzakking van de fundering verder doorgaat, er op een gegeven moment een risico ontstaat bij bijvoorbeeld wind dat de woning gedeeltelijk zal bezwijken, maar ook dit acht een hof een onvoldoende onderbouwing dat de noodzaak voor (funderings)herstel nu aanwezig is.