ECLI:NL:GHARN:1997:AA1159
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling motorrijtuigenbelasting voor reserve-taxi's toegekend na geschil met inspecteur
Belanghebbende, een taxi-onderneming, verzocht om vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor een reserve-taxi. De inspecteur weigerde deze vrijstelling, stellende dat de brief van 30 maart 1994 met afspraken over de inzet van reserve-taxi's geen gelding had onder de nieuwe wetgeving van 1994.
In het geschil stond centraal of de inspecteur terecht de vrijstelling had geweigerd. Belanghebbende stelde dat de afspraken uit 1994, waarin werd overeengekomen dat niet meer vrijstellingen verleend worden dan het aantal vergunningen, en dat de inzet van reserve-taxi's schriftelijk wordt gemeld, ook na de wetswijziging van 1995 van toepassing bleven.
Het hof oordeelde dat de vrijstelling onder de nieuwe wetgeving in wezen dezelfde materiële inhoud heeft als onder de oude wet en dat belanghebbende erop mocht vertrouwen dat de inspecteur de bestaande werkwijze zou blijven accepteren. De inspecteur had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vrijstelling voor reserve-taxi's niet mogelijk was. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verleende de vrijstelling met ingang van 3 november 1995, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor de reserve-taxi wordt toegekend met ingang van 3 november 1995.