ECLI:NL:GHARN:1998:AA1266
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- mr Röben
- mr Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing BPM bij registratie personenauto in strijd met EU-recht
Belanghebbende kocht in mei 1996 een nieuwe personenauto en werd BPM verschuldigd over de registratie daarvan. De importeur betaalde namens hem de BPM, waarna belanghebbende bezwaar maakte tegen deze heffing en teruggaaf vorderde. Hij stelde dat de BPM-heffing in strijd was met het EG-Verdrag, met name artikel 95, en diverse Europese richtlijnen.
Het hof oordeelde dat de BPM-heffing niet discriminerend is en geen bescherming vormt in de zin van artikel 95 EG Pro-Verdrag. De reductieregeling voor gebruikte binnenlandse auto's leidt niet tot een verboden hogere belastingdruk op ingevoerde gebruikte auto's. Ook de stelling dat de BPM in strijd is met artikel 33 van Pro de Zesde Richtlijn en andere EU-regels over accijnzen en technische normen faalde. De BPM wordt niet als omzetbelasting aangemerkt en tast de BTW-grondslag niet aan.
Het hof verwierp de argumenten van belanghebbende en zag geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. De uitspraak van de inspecteur werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de BPM-heffing wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur bevestigd.