ECLI:NL:GHARN:1999:AA1410
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag loonbelasting wegens reiskosten en verkeersboetes
Belanghebbende, een onderneming in distributie en expeditie met circa 100 vrachtauto's, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor loonbelasting over de periode 1992-1996. De aanslag betrof onder meer een boete wegens te hoge reiskostenvergoeding aan een controller die wekelijks naar een Belgisch dochterbedrijf reisde, en loonheffing over niet-verhaalde verkeersboetes die chauffeurs opliepen.
De Inspecteur stelde dat maximaal ƒ 1.015,- onbelast mocht worden vergoed voor reiskosten, waardoor ƒ 6.599,- aan loonheffing werd nageheven. Tevens werd loonheffing nageheven over ƒ 10.756,- aan boetes die belanghebbende niet op haar chauffeurs had verhaald, omdat dit volgens de Inspecteur als loon werd beschouwd.
Het Hof oordeelde dat de controller daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte in België en dat de wekelijkse reizen als reizen naar een vaste arbeidsplaats kunnen worden aangemerkt. Ten aanzien van de verkeersboetes stelde het Hof vast dat deze administratieve sancties aan belanghebbende als kentekenhouder waren opgelegd en dat het niet verhalen van deze boetes op werknemers niet betekent dat belanghebbende persoonlijke schulden van werknemers heeft voldaan. Hierdoor is er geen sprake van loon.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak en verminderde de aanslag tot ƒ 10.970,- loonheffing, met een boete van ƒ 2.004,- en heffingsrente. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten van ƒ 2.130,- en griffierecht van ƒ 80,- tegemoetgekomen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd tot ƒ 10.970,- met een boete van ƒ 2.004,- en heffingsrente.