ECLI:NL:GHARN:1999:AE9555
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Weij
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-tijdige indiening door procureur
Appellant X stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de rechtbank Almelo waarbij zijn verzoek tot opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling was afgewezen. Het beroepschrift werd op de laatste dag van de beroepstermijn per fax ingediend door mr B. van Aarle, die niet als procureur in het arrondissement Arnhem was ingeschreven.
Hoewel mr T.G.M. van den Broeke zich later als procureur stelde, was het beroepschrift niet tijdig door een procureur ingediend, zoals vereist op grond van artikel 5 Faillissementswet Pro juncto artikel 15c lid 2. Hierdoor kon het hof appellant niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.
De mondelinge behandeling vond plaats op 28 januari 1999, waarbij appellant werd bijgestaan door mr B. van Aarle. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de formele vereisten voor de procesvoering in faillissementszaken.
Uitkomst: Appellant werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet-tijdige indiening door een procureur.