ECLI:NL:GHARN:2000:AA6654
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- F.J.P.M. Haas
- De Kroon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting provisie 1993
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1993, waarbij een provisie van ƒ 92.712 werd bijgeteld als belastbaar inkomen. De Inspecteur had geen loonheffing verrekend omdat de provisie niet als brutoloon werd aangemerkt.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat er sprake was van een dienstbetrekking met A BV vanaf 1989, waardoor loonheffing had moeten worden ingehouden. Het hof oordeelde dat het bestaan van een dienstbetrekking per jaar moet worden beoordeeld en dat belanghebbende onvoldoende feiten had aangevoerd om dit voor de jaren 1989-1993 aannemelijk te maken.
Het hof concludeerde dat de provisie niet als brutoloon moet worden gezien, maar als andere inkomsten uit arbeid volgens artikel 22 van Pro de Wet inkomstenbelasting 1964. Omdat er geen dienstbetrekking bestond, was er geen verplichting tot inhouding van loonheffing door A BV. Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de navorderingsaanslag en oordeelt dat de provisie niet als brutoloon geldt, waardoor geen loonheffing verrekend hoeft te worden.