ECLI:NL:GHARN:2001:AD8057
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M. van Schie
- Mr. Matthijssen
- Mr. Lamens
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt waardering stamrechtverplichting tegen marktrente in vennootschapsbelastingzaak
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was het niet eens met de aanslag vennootschapsbelasting 1996 die was gebaseerd op een waardering van een stamrechtverplichting tegen een rekenrente van 7%. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Arnhem.
De kern van het geschil betrof de waardering van de stamrechtverplichting per 31 december 1996. Belanghebbende stelde primair een waardering voor tegen 4% rekenrente, subsidiair tegen 5%, terwijl de Inspecteur vasthield aan 7%. Het Hof overwoog dat volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2000 pensioen- en lijfrenteverplichtingen gewaardeerd moeten worden tegen de marktrente voor langlopende leningen, zonder rekening te houden met lagere toekomstige rentestanden.
Het Hof stelde vast dat de marktrente in 1996 5% bedroeg en dat de sterftekansen voor het waarderen van de stamrechtverplichting buiten beschouwing konden blijven. Op basis daarvan werd de waarde van de verplichting vastgesteld op ƒ 330.059,-. Het beroep van belanghebbende werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd.
Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd gedaan door het Hof te Arnhem op 28 december 2001, waarbij partijen de mogelijkheid werd geboden om binnen zes weken cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is gedeeltelijk gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 1996 verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 601.979,-.