ECLI:NL:GHARN:2002:AE7956
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Vegter
- Van Ditzhuijzen
- Lauwaars
- Rechtspraak.nl
Beschikking over beklag tegen niet-vervolging gemeente Enschede en Staat na vuurwerkramp
Deze zaak betreft het beklag tegen de beslissing van de officier van justitie om de gemeente Enschede, de Staat der Nederlanden en diverse ambtenaren niet strafrechtelijk te vervolgen in verband met de vuurwerkramp van 13 mei 2000.
Het hof heeft de ontvankelijkheid van de klagers beoordeeld en vastgesteld dat klager 1 als direct belanghebbende en verdachte ontvankelijk is, evenals de belangenverenigingen en overige benadeelden. Een aantal klagers werd niet ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang.
De kern van het geschil is of de gemeente en de Staat strafrechtelijk vervolgd kunnen worden voor het verlenen van vergunningen en het toezicht daarop. Het hof stelt vast dat het verlenen van vergunningen en het toezicht en handhaving daarvan exclusieve bestuurstaken zijn, waardoor strafrechtelijke vervolging van deze overheidslichamen en hun ambtenaren niet mogelijk is.
Daarnaast oordeelt het hof dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat ambtenaren zich schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten als fysieke daders of medeplichtigen. Ook de vervolging van de Staat wordt uitgesloten op grond van vaste rechtspraak.
Het beklag wordt daarom voor het grootste deel afgewezen en slechts enkele klagers worden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beklag wordt grotendeels afgewezen en de niet-vervolging van gemeente, Staat en ambtenaren bevestigd.