Uitspraak
1.De bestreden uitspraak
2.Het cassatieberoep
3.Beoordeling van het middel
4.Slotsom
5.Beslissing
20 februari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een dodelijk motorongeval op de Nieuweweg te Maarssen waarbij de gemeente Stichtse Vecht werd vervolgd wegens nalaten van onderhoud en verkeersmaatregelen. De rechtbank had de gemeente veroordeeld tot een geldboete wegens schuld aan de dood van twee personen.
De Hoge Raad onderzocht de vraag of de gemeente strafrechtelijke immuniteit toekomt voor het nalaten van onderhoud en verkeersmaatregelen. Uit het wettelijke kader volgt dat verkeersmaatregelen zoals snelheidsbeperkingen en plaatsing van borden krachtens verkeersbesluiten moeten worden genomen door bestuursfunctionarissen. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat ook derden deze besluiten kunnen nemen, waardoor de vervolging voor het nalaten van verkeersmaatregelen niet ontvankelijk is.
Voor het nalaten van onderhoud geldt dit niet, omdat het feitelijke onderhoud ook door derden kan worden uitgevoerd. De rechtbank had dit correct beoordeeld en de vervolging voor dit onderdeel ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het vonnis dat de vervolging voor nalaten verkeersmaatregelen toestaat, maar laat het deel over nalaten onderhoud in stand.
De uitspraak benadrukt het belang van het onderscheid tussen exclusieve bestuurstaken die immuniteit geven en taken die ook door derden kunnen worden verricht, waarbij geen immuniteit geldt. Dit arrest verduidelijkt de reikwijdte van strafrechtelijke immuniteit van gemeenten bij wegbeheer en verkeersveiligheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor het nalaten van verkeersmaatregelen en verklaart vervolging daarvoor niet ontvankelijk, maar bevestigt vervolging voor nalaten van onderhoud.