ECLI:NL:GHARN:2002:AF0152
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- F.J.P.M. Haas
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling en aftrekbaarheid inkomstenbelasting bij successierecht levensverzekeringen
Belanghebbende, enig erfgenaam van erflater die in 1999 overleed, maakte bezwaar tegen een aanslag successierecht die was vastgesteld over een verkrijging van circa ƒ 1.3 miljoen, waaronder uitkeringen uit kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule.
De Inspecteur had een deel van deze uitkeringen verminderd met 30% wegens een forfaitaire aftrek voor latent verschuldigde inkomstenbelasting. Belanghebbende stelde dat deze verzekeringen als lijfrenten moesten worden aangemerkt en vrijgesteld van successierecht, en dat de daadwerkelijk betaalde inkomstenbelasting in mindering gebracht moest worden.
Het Hof oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden voor vrijstelling op grond van de Successiewet en dat de kapitaalverzekeringen niet gelijkgesteld konden worden aan lijfrenten. Tevens werd geoordeeld dat alleen rechtens afdwingbare schulden van de erflater in aftrek kunnen worden gebracht, zodat de door belanghebbende betaalde inkomstenbelasting niet in mindering kon worden gebracht.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag successierecht is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.