ECLI:NL:GHARN:2002:AF2947
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- J.A. Monsma
- W.A.P. Nieuwenhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs voor aftrek voorbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 1994, waarin een bedrag van ƒ 1.130 aan voorbelasting niet werd toegelaten. Hij had wel rekeningen en facturen bewaard, maar kon niet alle gevraagde bonnen tonen. De schatting van kosten was deels gebaseerd op verzamelde gegevens en deels op redelijke aannames, zoals het toerekenen van gas, water en licht aan zakelijke prestaties.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet het vereiste bewijs had geleverd dat de betreffende handelingen daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. De Inspecteur had de naheffingsaanslag terecht gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat hij als zelfstandige ondernemer handelde, maar de Hoge Raad had eerder geoordeeld dat hij als directeur met een arbeidsovereenkomst jegens de BV zijn werkzaamheden verrichtte, maar toch als zelfstandige ondernemer moest worden aangemerkt.
Na verwijzing door de Hoge Raad was het geschil beperkt tot de vraag of het bedrag van ƒ 1.130 terecht niet in aftrek was toegelaten. Belanghebbende had ter zitting verklaard het niet zinvol te achten de facturen alsnog te overleggen. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Inspecteur en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag en wijst het beroep van belanghebbende af wegens onvoldoende bewijs voor aftrek van voorbelasting.