ECLI:NL:HR:1998:AA2267
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen ondernemerschap bij verhuur woonhuis aan eigen BV voor omzetbelasting
Belanghebbende, belastingadviseur en indirect enig aandeelhouder van een BV, verhuurde delen van zijn woonhuis aan die BV en vroeg teruggaaf van omzetbelasting over het derde kwartaal van 1995. De Inspecteur wees dit verzoek af, wat door het Hof werd bevestigd. Het Hof oordeelde dat de verhuur geen zelfstandige prestatie in het economische verkeer betrof, maar een prestatie binnen de dienstbetrekking, waardoor belanghebbende niet als ondernemer kon worden aangemerkt voor de Wet op de omzetbelasting 1968.
In cassatie stelde belanghebbende dat hij geen werknemer was vanwege het ontbreken van ondergeschiktheid, maar de Hoge Raad verwierp dit en benadrukte dat het dienstverband op grond van de Zesde Richtlijn reeds het ontbreken van zelfstandigheid impliceert. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens gebrek aan bewijs. De Hoge Raad vond geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en verwierp het cassatieberoep.
Het arrest bevestigt dat het gebruik van woonhuisgedeelten aan de eigen BV niet leidt tot ondernemerschap voor de omzetbelasting, omdat dit gebruik geen zelfstandige economische prestatie vormt en binnen de arbeidsrelatie valt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en belanghebbende wordt niet als ondernemer voor de omzetbelasting aangemerkt.